Aansprakelijkheid vof niet gelijk aan aansprakelijkheid vennoten

Deze vraag speel vaker en kwam onlangs aan de orde in een zaak voor het hof Arnhem – Leeuwarden. De aanleiding was het feit dat een medewerker van de vof als tussenpersoon diensten had geleverd bij het afsluiten van een levensverzekering en na de acceptatie maar voor de ingang van de verzekering opgekomen kwaal van de verzekerde had verzwegen. Bij overlijden van de verzekerde weigerde de verzekeraar iedere uitkering.
In de procedure die volgde speelde de opvatting van de erfgenamen dat een vordering op de vennootschap onder firma gelijk gesteld moet worden met een vordering op de vennoten. Het Hof verschafte daar direct duidelijkheid in: dat kan niet. De vorderingen op de vennootschap onder firma (de gezamenlijke vennoten) en op de vennoten persoonlijk moeten namelijk als afzonderlijke (samenlopende) vorderingen worden beschouwd die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald en waartegen de vennootschap onder firma en de vennoten ieder hun eigen verweermiddelen kunnen aanvoeren. Dit brengt ook mee dat de vorderingen op de vennootschap onder firma en elke vennoot afzonderlijk verjaren en dus afzonderlijk moeten worden gestuit.

Dat een vennootschap onder firma meer is dan de som van haar vennoten, is in dit arrest weer eens bevestigd. Dit betekent dat de vennootschap onder firma zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Daarmee kan de vennootschap onder firma aansprakelijk zijn uit hoofde van wanprestatie.
Als de vennootschap onder firma aansprakelijk gesteld wordt, betekent dat dat de vennootschap als zodanig aansprakelijk gesteld wordt. Dat ook de vennoten persoonlijk en hoofdelijk voor de schulden van de vof aansprakelijk zijn en dat de schuldeiser zijn vordering op zowel de vennootschap onder firma als de vennoten persoonlijk kan verhalen, maakt niet dat het één en dezelfde vordering is. Vorderingen op de vennootschap onder firma en op de vennoten moeten worden beschouwd als afzonderlijke vorderingen, die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald. In verband daarmee is het mogelijk dat een vennoot een hem persoonlijk toekomend verweermiddel (bijvoorbeeld een tegenvordering) kan aanvoeren tegen de vordering van de aanvrager van het faillissement of van andere schuldeisers.

Het pijnlijke in onderhavige casus was dat geen vennootschapsvermogen aanwezig was waarop de vordering tot schadevergoeding kon worden verhaald. Toen de vennoot werd aangesproken, bleek dat die vordering verjaard is, omdat deze vennoot niet eerder ondubbelzinnig aansprakelijk is gesteld.
De les hieruit is dat het verstandig is om niet alleen de vennootschap onder firma, maar de vennoten afzonderlijk aansprakelijk te stellen!

Wilt u meer weten over de aansprakelijkheid van vennootschappen onder firma – of andere personenvennootschappen – en de afzonderlijke vennoten daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak.