Overdracht aandeel in firma vergt goedkeuring van alle vennoten

Wie zijn aandeel in een firma aan zijn kinderen wil overdragen en daarbij gebruik wil maken van de fiscaal gunstige bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) heeft daarvoor de goedkeuring nodig van alle overige vennoten. Ligt er één dwars, dan is er een probleem. De vraag is of u in een dergelijk geval de weigerende vennoot of vennoten via de rechter kunt dwingen om medewerking te verlenen.

Wie als vennoot een dergelijke overdracht van aandelen wil tegenhouden, moet aantonen dat daarmee de zittende vennoten worden beschermd tegen de komst van vennoten die het perspectief op voordeel uit de vennootschap vermindert. De bevoegdheid om medewerking te verlenen is echter wel doelgebonden. De vennoot mag een eigen inschatting makten van het effect van de toetreding of vervanging maar zal die bevoegdheid wel binnen de grenzen van doelgebondenheid moeten uitoefenen. Zo mag een weigerende vennoot zijn goedkeuring niet laten afhangen van een te treffen regeling waarin bijvoorbeeld meer rekening wordt gehouden met zijn belangen.

Meestal zijn firmanten ook investeerder in de onderneming en treden niet slechts op als vennoten namens de firma. Het belang en de reden om goedkeuring te verlenen of te onthouden moet daarom samenhangen met de bescherming van ieders economische positie binnen de firma. Als de argumenten en omstandigheden voor het weigeren van goedkeuring niets te maken hebben met de overdracht van aandelen, kan die weigering geen stand houden.

Wilt u meer weten over het overdragen van aandelen in een firma? Bel ons voor het maken van een afspraak

Erfbelasting en WLZ-bijdrage besparen met testament

Erfgenamen van een overleden persoon betalen erfbelasting. U moet daartoe aangifte doen bij de Belastingdienst. De wet regelt hoeveel erfbelasting u betaalt, maar daar kunt u met slimme regelingen vooraf weer veel geld besparen. Hoe werkt dat?

Niet alleen besparing op erfbelasting is voor velen een goede reden om een testament te maken, ook het voorkomen dat het vermogen slinkt door de hoge bijdrage die op grond van de Wet langdurige zorg (WLZ) bij opname in een verzorgingshuis betaald moet worden.

Erfbelasting speelt een rol bij het overlijden van beide partners in een relatie, bij eerste overlijden en bij het overlijden van de langstlevende. In toenemende mate worden in testamenten ook executeurs benoemd, vertrouwenspersonen die belast worden met het afwikkelen van de erfenis. Daarmee wordt bereikt dat de afwikkeling vlotter verloopt dan wanneer erfgenamen gezamenlijk besluiten over de afwikkeling moeten nemen. Bovendien voorkomt het in de meeste gevallen familieruzies. De wettelijke taken van een executeur zijn het beheren van de nalatenschap en het voldoen van de schulden van de nalatenschap. Het beheer begint met het maken van een boedelbeschrijving, een overzicht van de bezittingen en schulden. De executeur moet dit overzicht aan de erfgenamen verstrekken.

Wij stemmen alle clausules die van belang zijn in het testament op elkaar af, voor de erfbelasting bij beide overlijdens, beperken van de eigen bijdrage voor langdurige zorg en de benoeming van een executeur. Bij de bespreking over het testament adviseren wij ook het opstellen van een levenstestament, waarin u regelt wie voor u welke beslissingen mag nemen als u niet meer in staat bent om zelf uw wil te bepalen.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden die een testament en een levenstestament u bieden? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Zonder partnertestamenten biedt samenlevingscontract beperkt bescherming bij hypoheek

Steeds meer stellen kiezen niet meer voor een huwelijk of een geregistreerd partnerschap maar gaan samenwonen. Zeker wanneer er sprake is van een eigen woning, is het hebben van een goed samenlevingscontract, liefst in combinatie met partnertestamenten van groot belang. Zo kunnen bijvoorbeeld met een verblijvingsbeding onvoorziene situaties worden voorkomen.

In nagenoeg elk samenlevingscontract wordt een zogenaamd verblijvingsbeding opgenomen. Dit is een regeling over gezamenlijk bezit in geval van overlijden van een partner. Hoe pakt deze bepaling uit als er een eigenwoningschuld / hypotheek is aangegaan? Veel samenwoners hebben samen een woning gekocht, deels met eigen geld en voor het overige met een aflossingsvrije hypotheek. In de meeste gevallen wordt dan bij de aankoop gelijk een notariële samenlevingsovereenkomst met daarin opgenomen een verblijvingsbeding opgesteld en getekend. Wat kan er gebeuren als er dan niet tegelijk een wederzijds partnertestament is gemaakt. Hoe werkt het verblijvingsbeding als in dat geval één van hen komt te overlijden?

In een verblijvingsbeding wordt geregeld dat goederen die gemeenschappelijk eigendom zijn na het overlijden van één van de partners eigendom wordt van de langstlevende partner. Daarbij geldt doorgaans de voorwaarde dat de gezamenlijke schulden moeten worden overgenomen. Bij overlijden van de vrouw, gaat haar aandeel in de woning met de bijbehorende hypotheek naar de man.

Er zijn nog veel mensen met een aflossingsvrije hypotheek. Tegenwoordig moet er op elke afgesloten hypotheek ook worden afgelost. Als een aflossingsvrije hypotheek bijvoorbeeld in 2012 is afgesloten, is er sprake van een eigenwoningschuld die tegenwoordig valt onder het overgangsrecht voor een zogeheten bestaande eigenwoningschuld. Een dergelijke eigenwoningschuld valt fiscaal in box 1, waardoor de rente fiscaal aftrekbaar is.

Overgangsrecht niet van toepassing

Echter, als na overlijden van een van de partners, de ander op grond van het verblijvingsbeding het overgenomen (verblijvende) deel van de lening overneemt, is daarop het overgangsrecht niet van toepassing. Het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden kan tussen partners wel gelden op grond van een verkrijging via het erfrecht (dus via een partnertestament). Zonder aanpassing van de lening is voor dit gedeelte sprake van een box 3-schuld waarover de rente niet fiscaal aftrekbaar is. Als achtergebleven partner de rente toch wil aftrekken, zal de aflossingsvrije lening voor de helft moeten worden omgezet in een lening die in 30 jaar wordt afgelost waardoor de bruto maandlasten aanzienlijk zullen stijgen. Als de partner de woning en de hypotheek niet op grond van een verblijvingsbeding maar op grond van een testament had verkregen, had de hele hypotheek aflossingsvrij kunnen doorlopen onder de oude fiscale regels en is aanpassing niet nodig.

De wettelijke regeling houdt in dat het overgangsrecht voor oude hypotheken van toepassing is als een schuld overgaat door boedelmenging via voltrekking van een huwelijk/geregistreerd partnerschap, door aangaan of wijziging van huwelijkse voorwaarden, of op basis van erfrecht.

De moraal van dit verhaal is dat het van groot belang is voor samenwoonstellen zich goed te laten informeren. Een samenlevingsovereenkomst is niet voldoende voor een optimale regeling. De kosten van twee partnertestamenten vallen in het niet bij het fiscale nadeel van een verkeerde regeling.

Wie BV erft betaalt erf- en inkomstenbelasting

Wie een Besloten Vennootschap erft, betaalt natuurlijk erfbelasting. U erft immers een vermogensbestanddeel. De aandelen in de Besloten Vennootschap vertegenwoordigen een waarde en die waarde moet worden opgenomen in de aangifte erfbelasting.

Als er sprake is van een materiële onderneming, een onderneming waarmee wordt deelgenomen aan het handelsverkeer, dan kunt u in sommige gevallen gebruik maken van een regeling die betekent dat u minder of geen erfbelasting hoeft te betalen. Die regeling is de BOR, of wel de Bedrijfsopvolgingsregeling.

Als er geen materiële onderneming is, maar uitsluitend een houdstermaatschappij, een Besloten Vennootschap die geen activiteiten (meer) verricht dan kunt u geen beroep doen op de BOR.

Fictieve verkrijging

Bij het overlijden van een directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt die dga voor de inkomstenbelasting geacht de aandelen fictief te hebben vervreemd. Dat betekent dat er naast de te betalen erfbelasting ook nog inkomstenbelasting verschuldigd is. Doordat de aandelen fictief geacht worden te zijn vervreemd moet er worden afgerekend over de waarde van de aandelen minus de verkrijgingsprijs. De inkomstenbelasting in Box 2 (aanmerkelijk belangheffing) bedraagt 26,9%.

Als er op de balans van de Besloten Vennootschap een reserve van bijvoorbeeld € 300.000 staat, waartegenover een rekeningcourantverhouding staat van eenzelfde bedrag staat dan betekent dat dat er bij overlijden ruim € 75.000 aan inkomstenbelasting verschuldigd is. Het meest vervelende aan deze situatie is dan dat er wel inkomstenbelasting verschuldigd is, maar er geen geld in de Besloten Vennootschap is om de inkomstenbelasting mee te betalen.

De inkomstenbelasting is overigens ook verschuldigd als de aandelen in de Besloten Vennootschap worden verkocht of de Besloten Vennootschap wordt opgeheven.

Bij herroeping van schenking is redelijkheid en billijkheid maatgevend

De afgelopen jaren hebben veel ouders gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een of meer van hun kinderen de belastingvrije € 100.000 te schenken voor aanschaf of verbouwing van hun huis. Net als in andere schenkingsakten is daarin meestal een herroepingsclausule opgenomen. Een beroep op een herroepingsclausule is wel aan regels van redelijkheid en billijkheid gebonden.

Kan een schenker een dergelijke schenking met een beroep op een herroepingsclausule bijvoorbeeld terugvorderen van de erfgenamen als de ontvanger binnen niet al te lange tijd na de schenking overlijdt? Dan zijn op grond van de wet diens echtgenote en zijn kinderen zijn rechtsopvolgers, met alle rechten en plichten die daarbij horen, ook die uit de schenkingsovereenkomst voortvloeien.

In een schenkingsovereenkomst gaat het bovendien een geldsom en niet om het leveren van een persoonlijke prestatie die niet door anderen uitgevoerd kan worden.

Een herroepingsclausule is geldig, behalve als gebruikmaking daarvan niet redelijk of billijk is. Als, zoals in het voorbeeld, als voorwaarde voor de schenking geldt dat het geld besteed wordt aan het verbouwen of verbeteren van het huis van de ontvanger, en als aan die voorwaarde is voldaan, is het niet redelijk en billijk om het geld terug te vragen.

Voor de schenker is het van belang om in de akte aan te geven waarom een herroepingsrecht is opgenomen, in welke situatie en hoe lang dit recht na de schenking kan worden ingeroepen. Daarmee is voor iedere betrokkene duidelijk of en wanneer er terugbetaald zou moeten worden.

Samenwerkingsovereenkomsten up to date houden voorkomt narigheid

Op het moment dat u samen met een of meer anderen een bedrijf voert of gaat voeren, is het erg handig om de afspraken die daarvoor gelden goed vast te leggen. Het is dan ook voor derden duidelijk hoe er met elkaar dient te worden omgegaan.

Een samenwerkingsovereenkomst of een VOF (Vennootschap Onder Firma) contract kan dan uitkomst bieden en helderheid verschaffen. Als u niets regelt kunnen makkelijk problemen ontstaan in geval van ruzie, arbeidsongeschiktheid, faillissement, echtscheiding of overlijden. Het is bijvoorbeeld heel erg vervelend om, als er sprake is van een bedrijf dat door vader en zoon wordt gedreven, in geval van overlijden van de vader opeens alle erfgenamen aan tafel zitten. Dat is eenvoudig op te lossen met een voortzettingsbeding, waarin u regelt hoe en tegen welke voorwaarden het bedrijf mag worden overgenomen door, in dit geval de zoon.

Moet de waarde gelijk worden uitbetaald, of mag dat in termijnen? Voor de voortzetter vaak een essentieel gegeven (als alles direct moet worden betaald is er vaak geen onderneming meer over). Als die zoon dan vervolgens het bedrijf heeft overgenomen mag hij dat dan op heel korte termijn het bedrijf met een grote winst doorverkopen? Dat zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn. Het is heel eenvoudig dat met een passend beding op te lossen.

Naast deze bedingen staan de onderneming en de wereld ook niet stil, het is zaak om regelmatig naar eerder gesloten overeenkomsten te kijken en deze aan te passen op de nieuwste ontwikkelingen. Voldoen de overeenkomsten nog, zijn de overeenkomsten nog steeds passend voor de huidige situatie?

Oud testament niet toekomstbestendig

In de notarispraktijk komt het nog al eens voor dat mensen in het verleden een testament hebben gemaakt en daar helemaal niet meer aan denken. Het is nu eenmaal toen geregeld bij de notaris en men denkt dan dat daar verder niets meer aan hoeft te worden gedaan.

Toch is het wel goed om uw testament eens uit de kast te halen en te bekijken of het er allemaal nog wel in staat zoals u het nu zou willen hebben. Het testament dat toen gemaakt is, is immers gemaakt onder de omstandigheden die toen golden. Maar in ieders leven veranderen nu eenmaal de omstandigheden. Hieronder een ruime opsomming van veranderde omstandigheden:

  • relaties of vriendschappen veranderen waardoor u een benoemde erfgenaam liever uit het testament schrapt, u krijgt kinderen of kleinkinderen of er gaan juist mensen dood;
  • u gaat scheiden en wilt voorkomen dat uw ex-partner via uw kinderen van u erft;
  • een van uw kinderen gaat scheiden en u wilt voorkomen dat hun ex partner nog iets van uw erfenis krijgt;
  • er kan een wijziging optreden in wie uw erfgenamen zijn en ook hoe u daar tegenaan kijkt;
  • uw vermogen is veel meer (of minder) waard geworden;
  • u had een eigen bedrijf toen u het testament opstelde en is dat nu niet meer het geval;
  • wetten veranderen, zoals het wettelijk erfrecht in 2003, waardoor de regeling in het testament niet meer goed aansluit;
  • de fiscale wetgeving verandert, waardoor een slimme oplossing in het testament nu helemaal niet meer handig is of zelfs duur wordt. Sinds 2010 is voor een reeks aan fiscale trucs een stokje gestoken en is tegelijkertijd een groot aantal tarieven gewijzigd. Het testament zal helemaal opnieuw doorgerekend moeten worden;
  • ook heeft de langstlevende echtgenoot bijvoorbeeld sinds 2003 al op grond van de wet het vruchtgebruik. Bovendien zijn er flexibele oplossingen voor het laten bijschrijven van rente over de erfdelen van de kinderen. De rente is fiscaal heel belangrijk, omdat de rente voor de hoogte van de te betalen erfbelasting grote gevolgen kan hebben;
  • er kwam een eigen bijdrage voor het verzorgingstehuis. Die bijdrage kan gedeeltelijk worden voorkomen met een goede testamentaire clausule.

Het testament dat u toen hebt gemaakt blijft echter gewoon geldig ondanks de gewijzigde omstandigheden of dat het nadelig uitpakt. Als u dus niets aan uw testament hebt gedaan en u komt te overlijden, kan daardoor een onduidelijke situatie ontstaan voor uw nabestaanden. De afwikkeling van uw nalatenschap komt dan een tijd stil te liggen omdat er discussies ontstaan tussen nabestaanden met alle (juridische) kosten van dien.

De notaris neemt niet zelf contact met u op over de status van uw testament. U moet dat zelf in de gaten blijven houden. Daarom is het verstandig om ongeveer eens in de vijf jaar het testament door ons te laten bekijken en vrijblijvend een gesprek aan te gaan. Mocht in dat gesprek blijken dat er wel iets moet veranderen dan moeten er verdere notariële stappen worden genomen. Dat kost dan geld, maar dan weet u zeker dat alles zwart op wit staat en het testament niet verdwijnt. Dat scheelt na uw overlijden uitleg en bewijsproblemen.

Overigens hoeft u niet naar dezelfde notaris te gaan waar u een eerder testament liet maken.

Meer manieren om testament te wijzigen

Een deel van het oude testament kan worden gewijzigd. Dan maakt u een zogenaamd aanvullend testament waarin het deel, wat uit het oude testament moet vervallen, wordt herroepen. Een gedeeltelijke herroeping kan als nadeel hebben dat dat bij de erfgenamen vele vragen oproept en scheve gezichten geeft. Je kunt immers precies zien wat er in het eerst opgestelde testament staat en wat er vervolgens is gewijzigd

Een algehele herziening en herroeping bij de notaris geeft de meeste zekerheid dat uw nalatenschap wordt verdeeld zoals u dat hebt bedoeld en is daarom aan te raden. Het oude testament komt dan helemaal te vervallen. Ook is het zo dat als u het wettelijke erfrecht weer van toepassing wilt laten zijn het oude bestaande testament moet worden herroepen.

Wij doen er alles aan om een testament toekomstbestendig te maken. Zo worden er verschillende scenario’s opgenomen in het testament, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan wat er moet gebeuren als een erfgenaam eerder komt te overlijden of de erfenis verwerpt. Dan kan er een reserve-erfgenaam worden opgenomen.

Landjepik blijkt soms lonend

Het is van alle tijden dat er geschillen spelen rond de erfgrens tussen naburige percelen.TV programma’s als “De Rijdende Rechter” staan er bol van. Een recent voorbeeld is een huiseigenaar die een stuk grond – dat door de vorige huis was geannexeerd, ook formeel in eigendom wil krijgen. Volgens het Kadaster behoort het betreffende stuk grond tot het kadastrale perceel van de buurman.

De huiseigenaar legde een claim neer bij de buurman dat het stuk grond door verjaring aan hem toebehoort. De buurman betwist dat. Mocht er toch sprake zijn van verjaring, dan eist de buurman dat de grond aan hem moet overdragen omdat deze onrechtmatig in het bezit van de huiseigenaar zou zijn gekomen..

De Rechtbank buigt zich over deze kwestie en is van mening dat het stuk grond in 1968 in bezit is genomen door de rechtsvoorgangers van de huiseigenaar en dat er sinds die tijd sprake is geweest van ongestoord bezit van de grond door de huiseigenaar en zijn rechtsvoorgangers. Daardoor is het bezit door de buurman teniet gegaan. Het stuk grond is bovendien door de afbakening met paaltjes en draad sinds 1968 feitelijk afgescheiden geweest van het perceel van de buurman en is feitelijk/kennelijk deel gaan uitmaken van het perceel van de huiseigenaar. Vast staat ook dat het stuk grond na de plaatsing van de paaltjes met draad en later door een betonnen schutting, slechts te bereiken was vanaf het perceel van de huiseigenaar en dat het perceel alleen door de huiseigenaar en zijn rechtsvoorgangers is gebruikt.

Daarmee is volgens de Rechtbank sinds 1968 sprake van een voortdurend en onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig bezit van het stuk grond door de huiseigenaar en zijn rechtsvoorgangers.

Gesteld noch gebleken is dat het stuk grond bij notariële akte aan de rechtsvoorgangers van de huiseigenaar is overgedragen, zodat geen sprake was van een wettige titel van overdracht van het stuk grond. Dit brengt met zich dat onder het oud Burgerlijk Wetboek alleen sprake kan zijn van verkrijgende verjaring door bezit te goeder trouw dan wel van bevrijdende verjaring gedurende een termijn van 30 jaar (volgens vaste jurisprudentie). De termijn zou daarmee in 1998 al zijn verstreken ware het niet dat met de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek de sindsdien geldende termijn van 20 jaar van toepassing is. Deze termijn was reeds verstreken. Op grond van voornoemde artikelen is het recht op terugvordering door de buurman van het stuk grond op 1 januari 1993 al verjaard en is de eigendom van het stuk grond op dat moment door de rechtsvoorgangers van de huiseigenaar verkregen.

Ook de subsidiaire vordering van de buurman dat de huiseigenaar het stuk grond aan hem moet teruggeven wordt door de Rechtbank van tafel geveegd omdat de huiseigenaar niet degene is geweest die de grond onrechtmatig in bezit heeft genomen. Hij heeft weliswaar een onrechtmatige toestand in stand gehouden, maar dit levert naar het oordeel van de Rechtbank op zichzelf niet een onrechtmatige daad tegenover de buurman op.

Had de buurman eerder bij een notaris zijn licht opgestoken dan had de verjaring kunnen worden gestuit en had hij zijn grond met succes terug kunnen vorderen. Speelt bij u een dergelijk geval, laat het er dan niet bij zitten want voor dat u het weet bent u een stuk grond armer. Bel ons voor het maken van een afspraak.

Erfenis verwerpen soms beter dan beneficiair aanvaarden

Niemand kan gedwongen worden om een erfenis te aanvaarden, maar minderjarigen kunnen wel gedwongen zijn om een nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Kiest u er voor om een nalatenschap te aanvaarden dan kan dat zuiver of beneficiair. Bij beneficiaire aanvaarding wordt u niet aansprakelijk voor schulden van de nalatenschap, maar kunt u nog wel het risico lopen om vereffeningskosten van de nalatenschap te moeten betalen! Hoe kan dat dan?

Zuiver aanvaarden

Als u een erfenis zuiver aanvaardt, dan verkrijgt u alle goederen en schulden van de overleden persoon. Het zuiver aanvaarden kan op een formele manier, bijvoorbeeld door een verklaring van zuivere aanvaarding af te leggen bij de griffie van de rechtbank. Dit hoeft echter niet zo formeel. Het kan ook voortvloeien uit feitelijk handelen. Als u als erfgenaam bijvoorbeeld bezittingen van een overleden persoon verkoopt of verdeelt, dan heeft u ook volgens de wet de erfenis zuiver aanvaard. Dat is ook het geval als u openstaande rekeningen betaalt. Door zuiver te aanvaarden wordt u niet alleen gerechtigd tot bezittingen van de overledene, maar wordt u ook aansprakelijk voor al diens schulden. Zelfs als die schulden bij elkaar meer bedragen dan de bezittingen en de nalatenschap negatief blijkt te zijn. In dat geval moet u met uw eigen vermogen de overgebleven schulden betalen. Er is een uitzondering voor gevallen waarin u na zuivere aanvaarding wordt geconfronteerd met een onverwachte schuld.

Beneficiair aanvaarden

Als u een erfenis beneficiair aanvaardt, bent u niet aansprakelijk voor de schulden van de overleden persoon. Ook niet als u zelf vermogen heeft. Maar u mag ook niets van de bezittingen hebben totdat zeker is dat alle schulden zijn betaald. Een nalatenschap kan enkel beneficiair worden aanvaard met een daarvoor af te leggen verklaring bij de rechtbank. Namens een minderjarige erfgenaam of een andere erfgenaam die niet het vrije beheer over zijn vermogen heeft, mag een nalatenschap niet zuiver worden aanvaard maar beneficiair worden aanvaard. Enkel met machtiging van de rechter zou diens wettelijk vertegenwoordiger ook een nalatenschap mogen verwerpen.

Verwerpen

Een erfenis kan ook worden geweigerd. In dat geval moet u de nalatenschap verwerpen en bent u niet verantwoordelijk voor de nalatenschap en niet betrokken bij de afwikkeling ervan. U ontvangt niets, maar u bent ook niet aansprakelijk voor schulden.

Aanvaarden of verwerpen?

Is de keuze maken voor beneficiair aanvaarden altijd beter dan verwerpen? In een rechtszaak had een overleden vader bij testament zijn beide dochters als erfgenamen benoemd. Bij erflaters overlijden was een van beide dochters nog minderjarig. Na vaders overlijden werd door de beide dochters de nalatenschap beneficiair aanvaard. De notaris was opdracht gegeven om op te treden als boedelnotaris. De wettelijk voorgeschreven afwikkeling (vereffening) van de nalatenschap werd vervolgens opgeheven. De kosten van vereffening bedroegen € 17.502. De notaris kon zijn vordering op de nalatenschap bij gebrek aan baten niet innen.

Later bleek dat de overledene twee gerichte lijfrenteverzekeringen had afgesloten. De jongste dochter was daarvan enig begunstigde voor de bij overlijden verzekerde kapitalen van in totaal € 41.765. Zij ontving daarvan later iedere drie maanden een netto nabestaandenlijfrente-uitkering van € 453.

De notaris stelde dat de lijfrente kwalificeerde als (quasi)legaat waardoor de uitkeringen in de vereffening moesten worden betrokken. De betreffende dochter was het daarmee niet eens en stelde dat haar begunstiging gezien moest worden als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis dan wel onderhoudsverplichting van haar vader. Omdat zij er niet in slaagde dat voldoende aannemelijk te maken, werd de notaris door de rechtbank en later ook door het hof in het gelijk gesteld.

De jongste dochter had door aanvaarding van de begunstiging van de lijfrenteverzekering een direct vorderingsrecht op de verzekeraar verkregen. Zij verkreeg dit recht niet via de nalatenschap van haar vader. Dit staat bekend als de ‘leer van het zelfstandig recht’. Toch werd de lijfrente dus alsnog in de afwikkeling van de nalatenschap van haar overleden vader betrokken. Dat heeft te maken met een regeling in het erfrecht waarbij de verkrijging van de lijfrente gelijk gesteld wordt met de verkrijging van een legaat. Die regeling is niet van toepassing als er sprake is van een (natuurlijke) verbintenis anders dan uit schenking. Op die uitzondering beroept de dochter zich in dit geval dus zonder resultaat.

Als minderjarige kinderen erven, dan is zuivere aanvaarding uitgesloten en kan alleen verworpen worden met machtiging van de kantonrechter. Wordt er niet binnen drie maanden verworpen, dan gaat de wet uit van beneficiaire aanvaarding. In dit geval pakte de beneficiaire aanvaarding per saldo financieel niet goed uit.

Conclusie

Als de betreffende dochter meerderjarig was geweest en de erfenis had verworpen, dan waren de vereffeningskosten niet gemaakt en had de dochter haar lijfrente niet hoeven te gebruiken voor betaling van de notaris!

Wil u meer weten over het al dan niet aanvaarden van een nalatenschap? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Voorkom risico’s bij ziekte van vennoot

Een zieke vennoot in uw maatschap of firma is een persoonlijk drama voor betrokkene, maar ook een risico voor uw onderneming. Wat kunt u ter voorkoming daarvan regelen in de samenwerkingsovereenkomst, bijvoorbeeld over winstrechten? Zonder overeenkomst en sluitende regeling bij ziekte kan de continuïteit van uw organisatie in het gedrang komen.

De wet regelt maar weinig voor personenvennootschappen als vennootschap onder firma (vof) en maatschap. Zo is er iets geregeld voor situaties waarin een vennoot ziek wordt. Dergelijke regelingen moeten vennoten zelf onderling vaststellen en vastleggen, bijvoorbeeld in een vennootschaps- of maatschapsovereenkomst. Bij schriftelijk vastgelegde overeenkomsten kan er achteraf geen discussie ontstaan over afspraken, in tegenstelling tot mondelinge afspraken.

Juridische hulp bij opstellen contract

Ondernemers vallen buiten werknemersverzekeringen. Wilt u dat ondervangen, moet u zelf een verzekering afsluiten voor situaties waarin u als vennoot uw werk niet kunt doen. Echter, als het u of uw vennoot gedurende langere tijd treft, kan ook uw bedrijf de nadelen daarvan ondervinden en in problemen komen. Wij kunnen u helpen om heldere afspraken juridisch sluitend vast te leggen in uw samenwerkingsovereenkomsten. Wat moet daarin zoal geregeld worden?

  1. Wel of niet doorbetalen van de zieke vennoot gedurende zijn of haar ziekteperiode.
  2. Voor wiens rekening eventuele doorbetaling komt.
  3. Moet de zieke vennoot worden waargenomen (vaak in maatschappen)? Wie betaalt dat en in welke mate wordt dit verrekend met het winstaandeel van de zieke vennoot?
  4. Het al dan niet hebben van recht van de zieke vennoot op zijn of haar winstaandeel – of een gedeelte daarvan – gedurende de ziekteperiode
  5. Het al dan niet verplichten van elkaar zich tegen arbeidsongeschiktheid te verzekeren. In welke mate moet de arbeidsongeschiktheidsuitkering met het winstaandeel worden verreken?.
  6. Of en zo ja na welke periode (aantal maanden of jaren) ziekte de vennootschap of maatschap wordt opgeheven.

Kom in actie

Dit zijn belangrijke vragen bij het opstellen van een samenwerkingscontract. Wij kunnen uw afspraken juridisch invullen en zorgen dat u problemen in de toekomst zoveel mogelijk voorkomt. Wilt u hier meer over weten? Bel ons voor het maken van een afspraak.