Kostengrens Nationale Hypotheekgarantie in 2020 naar € 310.000

Sinds 2017 is de kostengrens voor NHG-hypotheken gekoppeld aan de gemiddelde koopsommen van aangekochte woningen in de maanden juni, juli en augustus van het voorafgaand jaar. Dit jaar zijn deze bedragen respectievelijk € 301.736 (juni), € 309.689 (juli) en € 316.183 (augustus). Daarmee kwam het gemiddelde uit op € 309.203. De kostengrens is het dichtstbijzijnde gehele bedrag dat deelbaar is door € 5.000, namelijk € 310.000.

NHG bestuurder Arjen Gielen: “Hiermee loopt de kostengrens weer in de pas met de gemiddelde woningwaarde. Dat is een positieve ontwikkeling, met name voor starters. We doen er recht mee aan de gestegen woningprijzen, maar tegelijk willen we voorkomen dat we de huizenprijzen aanwakkeren. Samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoeken we of we een systematiek kunnen ontwikkelen die bijdraagt aan een nog stabielere kostengrens en borgtochtprovisie. Zowel in tijden van economische voor- en tegenspoed.”

Voor de investering in energiebesparende maatregelen kan een hypotheek aangevraagd worden tot maximaal 106% van de waarde van de woning, in plaats van maximaal 100%. Denk bijvoorbeeld aan de isolatie van spouwmuren of het dak of de vervanging van de CV-ketel. Deze extra financieringsruimte wordt ook meegerekend in de kostengrens.

Het oversluiten van een lening zonder NHG naar een hypotheek met NHG is vanaf 2020 niet meer mogelijk als de woningwaarde boven de kostengrens ligt. Op dit punt zullen de voorwaarden en normen vanaf 2020 worden aangepast.

Wilt u meer weten over de juridische haken en ogen bij het kopen van een huis en het afsluiten van een hypotheek? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Geen erfbelasting over nabetalingen kindgebonden budget

Aanspraken op nabetalingen van het kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2017 zijn hierdoor vrijgesteld van erfbelasting.
Mensen die kinderbijslag ontvangen kunnen soms ook aanspraak maken op kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse bijdrage van de overheid aan gezinnen met kinderen. Als een partner komt te overlijden die recht had op dit budget, moet daar erfbelasting over worden betaald. Wanneer de niet overleden partner de rechthebbende is, hoeft er geen erfbelasting over betaald te worden. De Kamerleden vinden dit een onbedoeld onderscheid.

Amendement

Dankzij het amendement hoeven erfgenamen geen erfbelasting te betalen over aanspraken op nabetalingen van het kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2017. Wel moeten ze dan voor 1 september 2019 aangifte voor de erfbelasting hebben gedaan.

Wilt u meer weten over erfbelasting? Bel ons voor het maken van een afspraak

Wettelijk bewijsvermoeden voldoende voor aansprakelijkheid mede-beleidsbepaler

Het is echter niet altijd even duidelijk in welke gevallen een persoon kwalificeert als een (mede-) beleidsbepaler. Daarnaast is het – zeker in concernverhoudingen – lastig om aan te tonen dat een (rechts)persoon (mede) het beleid heeft bepaald van een al dan niet in staat van faillissement verkerende rechtspersoon.

Het beleid in concernverhoudingen is gegrond op feitelijke gezagsverhoudingen terwijl richtlijnen vaak informeel van aard zijn.Misbruikwetgeving is niet geschreven voor concernverhoudingen. Daarom wordt er voor gepleit om voor concernverhoudingen een weerlegbaar bewijsvermoeden in de wet op te nemen. Het weerlegbaar bewijsvermoeden betreft namelijk slechts de kwalificatie als (mede-)beleidsbepaler. Om tot een aansprakelijkheid te kunnen komen, moet daarnaast ook nog onweerlegbaar zijn dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld én aannemelijk zijn dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Het bewijsvermoeden zou dan bijvoorbeeld kunnen luiden als volgt:“Behoudens tegenbewijs wordt de rechtspersoon die, voor rekening van haarzelf of van een dochter- of groepsmaatschappij, meer dan drie kwart van het geplaatste kapitaal van de (failliete) vennootschap verschaft of doet verschaffen, vermoed het beleid in die vennootschap te hebben bepaald dan wel mede te hebben bepaald.”|
Die drie kwart van het geplaatste kapitaal sluit dan aan bij de regelingen voorspecial resolutionsenshadow directorsin het Verenigd Koninkrijk. De standaardregel in het Verenigd Koninkrijk dat de aandeelhouders instructie- en initiatiefrechten hebben, is opgenomen in art. 4 van de Companies (Model Articles) Regulations 2008 (SI 2008/3229). Dat artikel bepaalt:“The shareholders/members may, by special resolution, direct the directors to take, or refrain from taking, specified action.”
Men zou zich ook kunnen afvragen waarom het weerlegbare bewijsvermoeden alleen betrekking zou moeten hebben op rechtspersonen, het zou immers ook op natuurlijke personen betrekking kunnen hebben. De verwachting is overigens dat in wet- en regelgeving steeds meer gekeken zal gaan worden naar de persoon die uiteindelijk “schuilgaat” achter de rechtspersoon.

De Hoge Raad heeft zich inzake Resort of the World/Maple Leaf gebogen over de vraag onder welke omstandigheden een onrechtmatig handelen of nalaten van personen door wie de rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelneemt, als eigen onrechtmatig handelen aan een rechtspersoon kan worden toegerekend. Conclusie is dat beslissend is of dat handelen of nalaten in het maatschappelijk verkeer handelen of nalaten van de rechtspersoon zelf betreft.Dat geldt voor gedragingen van een bestuurder, maar de formele hoedanigheid van de handelende persoon is – aldus de Hoge Raad – niet beslissend voor de toerekeningsvraag.
We zien hier een duidelijke worsteling van de wetgever over hoe om te gaan met bepalen wie aansprakelijk is en waarom. Duidelijk is dat u er niet mee weg komt door het niet zijn van directeur, de formele hoedanigheid alleen is niet doorslaggevend.

Wilt u meer weten over aansprakelijkheid binnen concernverhoudingen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Tegenstrijdig belang bij handelen op grond van algemene volmacht of levenstestament

Het kan daarbij voorkomen dat degene die u als gevolmachtigde hebt aangewezen handelingen gaat verrichten waarbij hij of zij zelf betrokken is als wederpartij. Bijvoorbeeld: uw kind verricht een schenking namens u aan zichzelf, zodat hij zowel schenker als begiftigde is. Of een kind koopt uw woning, zodat hij optreedt als verkoper en koper tegelijk.

Als het handelen “met zichzelf” is toegestaan, wordt dat “Selbsteintritt” genoemd. Deze bevoegdheid moet uitdrukkelijk in een levenstestament of volmacht worden genoemd. Dat dit niet als vanzelfsprekend wordt aangenomen, blijkt ook uit een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden.
In die casus ging het om een vader die aan één van zijn kinderen een algemene volmacht had verleend om hem in alle opzichten te vertegenwoordigen. Na het overlijden van vader ontstond een conflict tussen de kinderen over betalingen die het gevolmachtigde kind ten laste van vader aan zichzelf had gedaan.

Volgens het Hof bepaalt de wet dat een gevolmachtigde slechts als wederpartij van de volmachtgever kan optreden, “wanneer de inhoud van de te verrichten rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen hun belangen uitgesloten is”. Er geldt dus een verbod op Selbsteintritt, tenzij anders is bepaald.
In de casus was het grootste deel van vaders vermogen bij het gevolmachtigde kind terechtgekomen. Het ging niet om betalingen wegens een morele verplichting of schenking. Er was strijd tussen de belangen van vader en de gevolmachtigde. Het was niet gebleken dat vader tijdens leven op de hoogte was van de betalingen die het kind aan zichzelf deed en in de volmacht stond niets beschreven wat de betalingen zou rechtvaardigen.

Verder speelde een rol de vraag of vader in de volmacht had bepaald dat de gevolmachtigde als wederpartij van zichzelf kon optreden. Het gevolmachtigde kind was van mening dat vader dit wel had bepaald omdat hij hem een algemene volmacht had gegeven en dat hij daarom alles mocht doen namens vader, ook handelen met zichzelf.
Het Hof was dit niet met het kind eens. In de volmacht was weliswaar bepaald dat het kind vader in alle zaken mocht vertegenwoordigen en alle handelingen mocht verrichten, maar nergens was bepaald dat hij rechtshandelingen met zichzelf mocht sluiten. Een duidelijke bepaling, dat het verbod op Selbsteintritt niet gold, ontbrak. Zo’n bepaling was wel nodig.

Uit deze uitspraak kan worden geconcludeerd dat een algemene volmacht niet zonder meer ook de bevoegdheid voor de gevolmachtigde inhoudt om handelingen namens de volmachtgever te verrichten waarbij hij zelf de wederpartij is. De betalingen die het kind in de casus ten laste van vader aan zichzelf heeft gedaan kwalificeren als nietige handelingen. De bedragen zullen dus moeten worden terugbetaald.

Dit geval laat zien dat het belangrijk is om stil te staan bij Selbsteintritt en dat het noodzakelijk is om hierover iets in het levenstestament of de volmacht op te nemen.

Selbsteintritt kan worden uitgesloten. Dan is de gevolmachtigde niet bevoegd om handelingen te verrichten met zichzelf als wederpartij.
Een andere mogelijkheid is dat Selbsteintritt wel is toegestaan, maar dat voor bepaalde handelingen voorwaarden of beperkingen worden opgenomen. Dat gebeurt vaak als de volmachtgever meerdere kinderen heeft maar ze niet allemaal aanwijst als gevolmachtigde. Aan het doen van schenkingen kan dan bijvoorbeeld de voorwaarde worden verbonden dat alle kinderen tegelijk hetzelfde bedrag moeten ontvangen. Er kan ook worden bepaald dat de gevolmachtigde toestemming van de andere kinderen moet hebben voor bepaalde handelingen.
Hoe u dit regelt, hangt af van uw persoonlijke wensen en (familie)omstandigheden.

Wilt u meer weten over het handelen op basis van een volmacht of levenstestament? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Kopersdilemma: nieuwbouw of bestaande bouw?

Eindelijk bent u erover uit: u bent klaar met huren en gaat dit jaar toch echt een woning kopen. Direct na het huren-of-kopen-dilemma dienst dan direct het volgende dilemma voor de deur. Wilt u bestaande bouw of nieuwbouw kopen? Een bestaande woning heeft zo z’n charme, maar een nieuwbouwwoning kunt u nog veel meer naar uw hand zetten. Om u te helpen bij het bepalen of nieuwbouw bij u past, hebben we de voor- en nadelen op een rijtje gezet.

Het kiezen voor een nieuwbouwwoning kent vele voordelen maar ook zeker nadelen. Aan een nieuwbouwwoning is alles nieuw. De kans dat u op korte termijn grote onderhoudskosten moet maken is dus een stuk kleiner dan bij een bestaande woning. In een nieuwbouwwoning heeft u als koper de vrije hand. Met een beetje geluk mag u zelf bepalen hoe u de woning indeelt. Waar komt de keuken en waar komt dan de vaatwasser in de keuken? Vaak is er een lijst met standaardopties voor de indeling en de materialen. U hoeft u verder geen zorgen te maken over oude bedrading of loden leidingen, asbest, ongedierte etc. Bij een nieuwbouwwoning bent u ook verzekerd van zaken als dubbel glas, goede isolatie en andere energiezuinige maatregelen. Die worden wettelijk verplicht doorgevoerd. Dit resulteert in een lage of soms zelfs helemaal geen energierekening.

Een woning kopen kost meer dan alleen de koopprijs. U betaalt ook bijkomende kosten. Bij een bestaande woning zijn dat de kosten koper. Nieuwbouw koopt u doorgaans vrij op naam. Anders dan bij bestaande bouw betaalt u geen overdrachtskosten, taxatiekosten en makelaarskosten. U betaalt wel advies- en afsluitkosten voor de hypotheek en notariskosten voor de hypotheekakte, die kosten zijn fiscaal aftrekbaar.

Zijn er dan geen nadelen? Zeker wel! Zo kan er tijdens de bouw en rond de oplevering namelijk nog veel fout gaan. Meestal moet de keuze voor een nieuwbouwhuis gemaakt worden aan de hand van een verkoopbrochure. Op de foto’s ziet het huis er prachtig uit, er is echter wel wat fantasie nodig om u voor te stellen hoe het in het echt gaat worden. Bij nieuwbouw staat de prijs vooraf vast, er valt dus niet te onderhandelen over de voorwaarden. Zeker nu er voor de meeste nieuwbouwprojecten meer kopers dan woningen zijn. Als het huis eenmaal klaar is, is er vaak nog sprake van gebreken bij de oplevering. Dit kan voor irritatie zorgen, bijvoorbeeld als de bouwer de tekortkomingen niet snel genoeg oplost. Verder is de omgeving van het huis bij nieuwbouw vaak een kale bedoening, de hele wijk moet nog ingericht worden, er is nog weinig groen etc.
De bouw van een nieuw huis in een project duurt al snel een jaar of langer. Let er op dat als de woning gefinancierd wordt, er wel al hypotheekrente betaald moet worden tijdens de bouw. Als u al een woning heeft, geeft dit dus tot aan de oplevering dubbele lasten. Let ook op dat een nieuwbouwwoning doorgaans betrekkelijk kaal wordt opgeleverd. Er komen flink wat kosten bij om het huis goed bewoonbaar te maken. Het hebben van wat extra spaargeld kan hierbij van pas komen. Het lijkt erop dat er meer nadelen dan voordelen kleven aan het kopen van een nieuwbouwwoning. Is het dan wel het overwegen waard? Ja zeker! Als u alles op een rijtje zet dan zijn er meer voor- dan nadelen. Echter, het blijft een persoonlijk keuze, er zullen altijd kopers zijn die vallen voor de charme een sfeer van een jaren ‘30 woning of een mooi boerderijtje. Zoveel kopers zoveel wensen.

Wilt u meer weten over de juridische aspecten van het kopen van een nieuwe of bestaande woning? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Tijdig nadenken over het regelen van uw nalatenschap

U kunt alvast nagaan hoe de vererving is. U voorkomt daarmee dat er na uw overlijden onduidelijkheden ontstaan over uw erfenis. Hoe kunt u dat doen?

In de eerste plaats regelt het wettelijk erfrecht al het nodige voor u. In het wettelijk erfrecht staan immers de regels over welke personen van u erven. Als dat wat u betreft goed is hoeft u daar verder niets voor te doen, maar het kan ook zo zijn dat u helemaal niet wilt dat uw nalatenschap volgens die regels vererft, of dat u gedeeltelijk van die regels wilt afwijken.

Wettelijk gezien zijn er een aantal mogelijkheden gegeven om zelf te kunnen bepalen wat er met uw nalatenschap gebeurt.
U kunt daarvoor een testament laten opstellen. Dit is het document waarin u door een notaris laat opschrijven wat er na het overlijden met uw nalatenschap moet gebeuren. Met het testament maakt u dus uw eigen keuzes. De notaris stelt het testament voor u op en adviseert u over de mogelijkheden en de (fiscale) gevolgen voor uw erfgenamen.
Met het testament regelt u uw gehele nalatenschap: al uw bezittingen en schulden vererven naar de door u aangewezen personen of organisaties.

Als de wettelijke regeling voor u voldoende is, maar u wel speciale spullen (inboedelgoederen of sieraden e.d.) wilt nalaten aan iemand, dan kunt u een codicil maken. Een testament is dan niet nodig. Een codicil mag ook alleen maar bepaalde goederen bevatten, die heel precies omschreven moeten zijn. Er mogen geen geldbedragen in een codicil aan iemand worden toegekend.
Een codicil moet met inkt of balpen worden geschreven, dus niet getypt, en vervolgens worden ondertekend en gedateerd. Een codicil bewaart u gewoon thuis. Een nadeel daarvan is dat het dus zomaar kwijt kan raken of worden vernietigd. Om dit laatste te voorkomen kan het codicil ook worden gedeponeerd bij de notaris, deze wil het ook wel even voor u controleren of het goed is opgesteld.
Overigens kan het codicil ook worden opgesteld naast een testament dat u maakt.

Alternatief voor het codicil is het opnemen van een legaat in uw testament. Hierin wordt ook duidelijk beschreven wat u aan welke persoon wilt nalaten. Bijvoorbeeld welk meubelstuk, welk sieraad, maar ook grotere zaken die u niet in een codicil mag noemen, zoals een auto, aandelen in een BV, of uw woning. Ook kan een bepaalde som geld worden gelegateerd. Degene aan wie u het legaat wilt nalaten heet een legataris. U kunt ook een legaat opnemen voor een organisatie, bijvoorbeeld een goed doel.
De erfgenamen zijn verplicht de legataris op de hoogte te stellen van het legaat en het legaat af te geven of uit keren.

Er bestaat ook nog een andere mogelijkheid om bezit na te laten. Hierbij gaat het uitsluitend om bezit dat u samen met iemand anders heeft, zoals een partner waarmee u samenwoont of gezamenlijk bedrijfsvermogen in een maatschap of vennootschap onder firma.
In een samenlevingscontract of firmacontract wordt dan een verblijvingsbeding opgenomen. Het beding houdt in dat u samen met de partner afspreekt dat na uw overlijden alle goederen die op beider naam staan bij de overblijvende partner mogen blijven. Uw wettelijke erfgenamen zijn ook gebonden aan deze afspraak. Het verblijvingsbeding heeft dus alleen betrekking op het gemeenschappelijke eigendom. De goederen die tot het privé-eigendom van de overledene behoren worden geen eigendom van de andere partner. Om die zaken ook aan die partner na te laten zal dan toch ook een testament gemaakt moeten worden.

Wilt u meer informatie over het vorenstaande? Neem dan contact op met ons kantoor, wij helpen u graag verder om uw zaken goed te regelen.

Onderscheid ongehuwd en gescheiden blijft

Dat antwoordt Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming op Kamervragen van Vera Bergkamp (D66). Het onderscheid voorkomt onduidelijkheid over de burgerlijke staat van iemand.

Door een huwelijk ontstaan rechten en plichten, die ook na een scheiding gevolgen kunnen hebben, zoals alimentatieverplichtingen, het gezag over kinderen en pensioenverevening. Daarom maakt de burgerlijke stand onderscheid tussen ‘ongehuwd’ en ‘gescheiden’. Bovendien, vervolgt Dekker in zijn antwoorden (pdf, 161 kB), zijn beide termen gebruikelijk in EU-regelgeving en internationale verdragen.

Negatief

Volgens Bergkamp roept de burgerlijke staat ‘gescheiden’ negatieve associaties op, maar Dekker ziet dat anders. Hij sluit niet uit dat deze term incidenteel als belastend wordt ervaren, maar niet in algemene zin.

Uitgangspunt

Dat het huwelijk het uitgangspunt is van de burgerlijke staat, zoals Bergkamp suggereerde, klopt niet volgens Dekker. Hij antwoordt dat ‘alleengaande personen’ ook de status kunnen hebben van ‘geen geregistreerd partnerschap, gescheiden geregistreerd partner, weduwe of weduwnaar’. De minister is dan ook niet van plan de term ‘ongehuwd’ te vervangen door ‘alleengaand’.

Wilt u meer weten over de rechtsgevolgen van trouwen, scheiden of ongehuwd zijn?? Bel ons voor het maken van een afspraak

Twee procent overdrachtsbelasting voor kluspand

De overdrachtsbelasting die daarover betaald moet worden, bedraagt maar 2% in plaats van 6%.
De Hoge Raad moet hierover nog een definitieve uitspraak doen, maar de advocaat-generaal van de Raad adviseert om voor dit soort panden het lage tarief voor woningen te rekenen in plaats van het hoge tarief voor kantoorpanden. De Hoge Raad volgt vrijwel altijd het advies van de advocaat-generaal.

De Belastingdienst had het graag anders gezien, die ging uit van 6%. Die vindt dat dat het bij deze overgang van kantoorpand naar woonpand het 6%-tarief voor kantoorpanden betaald moet worden omdat het op het moment van koop een kantoorpand zou zijn. Op dit soort momenten zit een pand eigenlijk in een tussenfase, waarvoor geen duidelijke regels zijn. De status van het pand is immers in die periode aan het veranderen van kantoorpand naar woonpand.

Normaal gesproken moet de fiscus uitgaan van de functie waarvoor het pand oorspronkelijk is gebouwd, dan wel van de functie die een pand na een eerdere verbouwing heeft als het wordt verkocht.
Voor de tussenfase hebben de rechtbank en het hof al bepaald dat het lage tarief moet gelden, in cassatie lijkt de Hoge Raad die uitspraken nu te steunen.

De ambitieuze doelstelling van het kabinet is om tot 2030 één miljoen nieuwe woningen te bouwen, gemiddeld zijn dat er 80.000 per jaar. Dit jaar wordt dat in elk geval al niet gehaald. Transformatie – het ombouwen van kantoorpanden naar woonruimte – is daarom een zeer welkome aanvulling.

Wilt u meer weten over het kopen van een pand in een voormalig kantoorgebouw of over verschuldigde overdrachtsbelasting? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Hypotheekrente blijft maar dalen

Op zich niet zo een gek idee aangezien de banken bij de Nederlandse bank en de Europese centrale bank geld toe krijgen als ze geld lenen. Voor woningbezitters heeft de lage spaarrente zeker voordelen. Ook de hypotheekrente staat op een historisch laag punt en lijkt maar te blijven dalen.
Hoe gek het kan blijkt uit de situatie in Denemarken, daar is het nu zo dat een huizenkoper van zijn hypotheekbank elke maand geld krijgt overgemaakt in plaats van dat er betaald moet worden. De achterliggende gedacht van zo een bank is kennelijk, beter het geld veilig beleggen in een woninghypotheek dan nog meer geld toe betalen aan een centrale bank. Volgens de laatste berichten uit de markt blijven de tarieven voor hypotheken met de rente voor 20 en 30 jaar maar dalen. Voor het eerst is er ook een geldverstrekker die een hypotheek voor 20 jaar vast met NHG voor minder dan 2% rente aanbiedt namelijk 1,95 %.
 
Van alle andere hypotheekaanbieders verlaagde de helft recent weer alle hypotheektarieven, onder andere marktleider Rabobank. Vooral de rente op een hypotheek die voor 30 jaar wordt vastgezet ging omlaag. In vier weken tijd daalde deze rente met gemiddeld 0,16%, een bijzondere situatie. De deskundigen in de financiële markt verwachten echter dat de tarieven op korte termijn nog blijven dalen. Dit omdat centrale banken in Amerika en Europa de economie blijven stimuleren met zeer lage (zelfs negatieve) rentetarieven.
 
Sinds enkele maanden is het goedkoper om rente 5 of 10 jaar vast te zetten, dan te kiezen voor een variabele rente. Dit geeft aan dat geldverstrekkers ervan uitgaan dat de rente nog blijft dalen en zeker de komende tien jaar nog redelijk laag blijft.
Wie de rente 5 jaar vastzet bij een hypotheek met NHG is het meest voordelig uit met 1,45%. 10 jaar vast kost gemiddeld 1,59%, variabel 1,62%, 20 jaar vast 2,13% en 30 jaar vast 2,56%. Zonder NHG zijn de tarieven ongeveer een half procent hoger: gemiddeld 1,9% (vijf jaar vast) tot 3,05% (dertig jaar vast).

Door bovenstaande ontwikkelingen is het aantrekkelijker dan ooit om een huis te kopen. Een leuke eengezinswoning of starterswoning komt al in beeld voor een netto maandlast van een paar honderd euro. Dit terwijl een huurwoning in de vrije sector pas beschikbaar is vanaf circa 750 euro. Kortom wie in de gelegenheid is een hypotheek te verkrijgen en een beetje gespaard heeft doet er verstandig aan zich te gaan oriënteren op de woningmarkt. Laat u hierbij niet weerhouden van de gedachte dat de rente nog verder zal dalen, het netto effect hiervan over de gehele looptijd is gering en Deense tafelen zullen we in Nederland waarschijnlijk niet krijgen.

Wilt u meer weten over de juridische aspecten van het kopen van een huis en het afsluiten van een hypotheek? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Aansprakelijkheid vof niet gelijk aan aansprakelijkheid vennoten

Deze vraag speel vaker en kwam onlangs aan de orde in een zaak voor het hof Arnhem – Leeuwarden. De aanleiding was het feit dat een medewerker van de vof als tussenpersoon diensten had geleverd bij het afsluiten van een levensverzekering en na de acceptatie maar voor de ingang van de verzekering opgekomen kwaal van de verzekerde had verzwegen. Bij overlijden van de verzekerde weigerde de verzekeraar iedere uitkering.
In de procedure die volgde speelde de opvatting van de erfgenamen dat een vordering op de vennootschap onder firma gelijk gesteld moet worden met een vordering op de vennoten. Het Hof verschafte daar direct duidelijkheid in: dat kan niet. De vorderingen op de vennootschap onder firma (de gezamenlijke vennoten) en op de vennoten persoonlijk moeten namelijk als afzonderlijke (samenlopende) vorderingen worden beschouwd die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald en waartegen de vennootschap onder firma en de vennoten ieder hun eigen verweermiddelen kunnen aanvoeren. Dit brengt ook mee dat de vorderingen op de vennootschap onder firma en elke vennoot afzonderlijk verjaren en dus afzonderlijk moeten worden gestuit.

Dat een vennootschap onder firma meer is dan de som van haar vennoten, is in dit arrest weer eens bevestigd. Dit betekent dat de vennootschap onder firma zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Daarmee kan de vennootschap onder firma aansprakelijk zijn uit hoofde van wanprestatie.
Als de vennootschap onder firma aansprakelijk gesteld wordt, betekent dat dat de vennootschap als zodanig aansprakelijk gesteld wordt. Dat ook de vennoten persoonlijk en hoofdelijk voor de schulden van de vof aansprakelijk zijn en dat de schuldeiser zijn vordering op zowel de vennootschap onder firma als de vennoten persoonlijk kan verhalen, maakt niet dat het één en dezelfde vordering is. Vorderingen op de vennootschap onder firma en op de vennoten moeten worden beschouwd als afzonderlijke vorderingen, die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald. In verband daarmee is het mogelijk dat een vennoot een hem persoonlijk toekomend verweermiddel (bijvoorbeeld een tegenvordering) kan aanvoeren tegen de vordering van de aanvrager van het faillissement of van andere schuldeisers.

Het pijnlijke in onderhavige casus was dat geen vennootschapsvermogen aanwezig was waarop de vordering tot schadevergoeding kon worden verhaald. Toen de vennoot werd aangesproken, bleek dat die vordering verjaard is, omdat deze vennoot niet eerder ondubbelzinnig aansprakelijk is gesteld.
De les hieruit is dat het verstandig is om niet alleen de vennootschap onder firma, maar de vennoten afzonderlijk aansprakelijk te stellen!

Wilt u meer weten over de aansprakelijkheid van vennootschappen onder firma – of andere personenvennootschappen – en de afzonderlijke vennoten daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak.