Repeterende schenking aangemerkt als afzonderlijke schenkingen

Vaak worden schenkingen van ouders aan kinderen voor een periode van vijf jaar in een notariële schenkingsakte opgenomen. Dit is een fiscaal aantrekkelijke manier van schenken. Het komt echter ook voor dat op een en dezelfde dag vijf afzonderlijke schenkingsakten voor de volgende vijf jaren worden gepasseerd.

De inhoud van deze akten is vrijwel identiek, in vier van de vijf akten is echter bepaald dat de schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat de langstlevende van de ouders nog in leven is op achtereenvolgens 1 januari van de jaren volgend op de eerste akte / het eerste jaar.
Voor de fiscus was dit in een geval aanleiding om de schenkbelasting van alle vijf schenkingen samen te voegen en in het eerste jaar te belasten. De fiscus zag samenhang tussen de akten en zag het als een periodieke uitkering zoals in de schenkingsakte voor vijf achtereenvolgende jaren het geval is.

Zowel rechtbank als gerechtshof zagen niets in de opvatting van de belastinginspecteur. Die vinden de schenkingen geen periodieke uitkering die in één rechtshandeling worden. Het gaat in dit geval om vijf afzonderlijke rechtshandelingen, waarvan vier een opschortende voorwaarde bevatten. Dat betekent dat de schenkingen gespreid in de tijd in vijf verschillende jaren tot stand zijn gekomen zodat de fiscus ze niet mag samenvoegen.

Wilt u meer weten over periodieke schenkingen of schenkingen onder opschortende voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak..

Pas op met beleggen in perceeltjes weiland of bosgrond

Nu spaargeld op de bank praktisch niets meer opbrengt qua rente/rendement zoeken veel particulieren hun heil in andere vormen van belegging. Hierbij kunt u denken aan aandelen, , kunst, klassieke auto’s etc. etc.

Notarissen worden regelmatig geconfronteerd met de volgende vorm van belegging: een slimme ondernemer koopt van een boer een groot perceel weiland of bosgrond, meestal gelegen dicht bij de bebouwde kom van een gemeente. Als koopprijs wordt dan doorgaans iets meer betaald dan de agrarische waarde van de grond. Denk hierbij aan een bedrag van tussen de € 10,- en € 15,- per m2. Vervolgens gaat de slimme ondernemer een plan opstellen waarin de aangekochte grond een hoogwaardiger bestemming krijgt dan agrarisch. Er worden dan woningen of bedrijfspanden geprojecteerd op de dan nog agrarische grond. Vervolgens wordt er een mooie glimmende brochure gedrukt waarin (doorgaans particuliere) beleggers worden warm gemaakt voor het doen van een investering in het project, laten we het Project X noemen.

Het grote perceel wordt vervolgens kadastraal opgeknipt in kleine perceeltjes die dan via project X worden aangeboden aan de beleggers voor een prijs die meestal in het midden ligt van de agrarische waarde en de waarde indien er bestemming bouwgrond zou zijn. Denk hierbij aan bedragen van € 75,- a € 100,- per m2 waardoor de belegger die een perceel van 50 m2 koopt circa € 5.000,- kwijt is.
Wij zien gebeuren dat beleggers, kennelijk verlekkerd op de in het vooruitzicht gestelde winst een aantal van dit soort perceeltjes koopt. De winst moet dan bestaan uit de doorverkoop van alle kleine kaveltjes samen na de beoogde bestemmingswijziging. Als bouwgrond moeten de perceeltjes dan (volgens de eigenaar van Project X) zeker € 250,- per m2 op kunnen brengen.
Waar de beleggers aan voorbij gaan is het feit dat wijziging van bestemming van grond een uitermate langdurig proces kan zijn. Denk hierbij aan 10 tot soms wel 20 jaar of langer. Buiten dat is de kans groot dat de bestemmingswijziging nooit komt en de eigenaar van Project X met de noorderzon is vertrokken. De beleggers blijven dan achter met een duur betaald stukje weiland of bosgrond waar weinig mee te beginnen is. Ons advies is om terughoudende te zijn in het aangaan van dit soort beleggingen.

Kunt u de verleiding toch niet weerstaan neem dan vooraf contact met ons op. Wij kunnen dan voor u kijken in de registers/het kadaster en in de Gemeentelijke bestemmingsplannen of er een reële kans bestaat dat er bestemmingswijziging zal plaatsvinden. Indien dit niet het geval blijkt kunt u de spaarcenten beter op een andere wijze beleggen en is voorkomen dat u een financiële zeperd oploopt.

Hertrouwclausule ook van toepassing bij geregistreerd partnerschap

In de meeste testamenten is geregeld dat kinderen bij het overlijden van een van hun ouders een niet-opeisbare vergoeding krijgt op de langstlevende ouder. Hieraan zijn meestal ook voorwaarden verbonden.
Een van de voorbeelden van dergelijke voorwaarden is dat de langstlevende ouder bij hertrouwen zekerheid moet stellen voor de kinderen bij hertrouwen in gemeenschap van goederen. De vraag is of die clausule ook geldt als de langstlevende ouder een geregistreerd partnerschap zonder partnerschapsvoorwaarden aangaat. Dan geldt namelijk de wettelijke gemeenschap van goederen.

Het Hof Arnhem beantwoordde deze vraag aan de hand van “redelijkheid en billijkheid”. Daarbij keek het Hof naar de bewoordingen van de clausule en in het testament, naar de omstandigheden waaronder de clausule is opgenomen en naar de identificeerbare bedoelingen van partijen destijds. Verder is van belang wat de notaris destijds aan partijen heeft verteld over de inhoud en strekking van het beding en de betekenis daarvan.
Het Hof zag de bedoeling van de clausule om de kinderen als schuldeisers te beschermen tegen mogelijk nadelige gevolgen van het ontstaan van een gemeenschap van goederen. Een nadelig gevolg zou kunnen zijn dat de nieuwe partner vooral schulden inbrengt, waarmee de verhaalsmogelijkheden van de kinderen zouden kunnen worden beperkt.

Een redelijk uitleg rechtvaardigt dat onder de clausule ook de situatie van een gemeenschap van goederen valt die ontstaat door het aangaan van een geregistreerd partnerschap, ook al is dat niet met zoveel woorden genoemd en hebben partijen daarover ook niet gesproken.

Wilt u meer weten over het stellen van voorwaarden in uw testament? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Herroepen testament meestal niet in te zien voor erfgenamen

Erfenissen maak wat los! Wantrouwen bij een, meer of alle erfgenamen, onderlinge ruzies. En als iets niet naar de zin van de erfgenamen is, komt al gauw het geuite vermoeden dat moeder, tante – of wie dan ook de erflater was – toch niet meer wilsbekwaam was bij de totstandkoming van het laatste testament. Soms gaan erfgenamen zo ver dat in dat geval zij het voorlaatste testament van de erflater willen inzien om te kijken of daarin de verdeling mogelijk anders was.

Elke notaris zal een dergelijk verzoek weigeren. Dat zo’n weigering terecht is, is onlangs weer eens vastgesteld door het gerechtshof. Immers, het zou nog maar de vraag zijn of de verzoeker(s) rechten kunnen ontlenen aan een herroepen testament als het niet zou zijn herroepen. Sterker nog, als zij al rechten aan het herroepen testament hadden kunnen ontlenen voordat het herroepen was, zij dat recht niet meer hebben omdát het betreffende testament is herroepen.

Een erflater laat met het herroepen van een testament weten dat hij of zij niet langer de wil heeft die in het te herroepen testament is neergelegd. Dan past het ook niet dat vermeende rechthebbenden in een voorafgaand testament daarin inzage krijgen. Een laatste wil (testament) mag geen instrument zijn om zich daartegen te keren. Vertrouwelijkheid van (herroepen) testamenten is een zwaarwegend belang. Of de belangen van erfgenamen zwaarder wegen, moet blijken uit de omstandigheden, zoals het doel waar voor zij een herroepen testament willen inzien en de status van de erfgenamen (al dan niet wettelijk).

Wilt u meer weten over het opmaken of herroepen van een testament? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Onderscheid ANBI’s in het UBO-register

(Bron KNB) Bij raadpleging van het UBO-register kan binnenkort onderscheid worden gemaakt tussen bestuurders van ANBI’s en bestuurders van andere entiteiten. Dat heeft minister Wopke Hoekstra van Financiën laten weten.

Enkele Kamerleden hebben aangedrongen op een duidelijk onderscheid tussen statutair aangewezen personen van een ANBI (algemeen nut beogende instelling) en bestuurders van een vennootschap die minder dan 25 procent van de aandelen bezitten. Dat is nog niet zo makkelijk, blijkt uit het antwoord van Hoekstra. Juridisch is dat lastig, omdat het vermelden van de ANBI-status in het Handelsregister geen wettelijke functie heeft. Daarnaast is er een technisch probleem: vermelding van de ANBI-status vereist een permanente koppeling met de Belastingdienst. Daar wordt namelijk besloten over het toekennen en intrekken van de status.

Oplossing

Samen met de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) is het ministerie tot de volgende oplossing gekomen: een met SBF afgestemde toelichting wordt verstrekt bij het uittreksel UBO-register. Daarin staat dat bestuurders enkel vanwege hun functie staan ingeschreven in het register en niet vanwege een eigendomsbelang of zeggenschap in de entiteit. Ook worden raadplegers van het UBO-register verwezen naar het openbare ANBI-register, waarin zij kunnen zien of de betreffende entiteit een ANBI is. Deze oplossing wordt momenteel geïmplementeerd door de Kamer van Koophandel. Hiermee wordt het verschil tussen zogenoemde pseudo-UBO’s (bestuurders), vooral die van ANBI’s, en ‘echte’ UBO’s duidelijk gemaakt bij raadpleging van het UBO-register. Dit is voor veel bestuurders van ANBI’s belangrijk, omdat anders de onjuiste indruk kan ontstaan dat zij persoonlijk (zeer) vermogend zijn.

Privacy

Ook de privacy van bestuurders die in het UBO-register staan, verdient de nodige aandacht. Kwaadwillenden kunnen namelijk door gegevens uit verschillende bronnen, zoals het Kadaster en het Handelsregister, informatie verzamelen van bestuurders van ondernemingen, kerken en goede doelen. Het ministerie heeft daar verschillende maatregelen tegen genomen. Zo kan in het openbare deel van het UBO-register niet worden gezocht op persoonsgegevens en worden gegevens alleen verstrekt na registratie door de raadpleger.

Lening van eigen bv als onderdeel van aandelenverkoop

Wie als directeur-grootaandeelhouder in privé geld leent van zijn of haar eigen bv loopt de kans op speciale aandacht van de fiscus. Zo ook een ondernemer die een flink bedrag van zijn bv heeft geleend en vervolgens zijn aandelenbelang aan een derde verkoopt, waarbij de koper de schuld van de ondernemer aan de bv overneemt.

De fiscus neemt als standpunt in dat al bij het aangaan van de lening duidelijk was dat de ondernemer de lening niet zou afbetalen. Om die reden ziet de fiscus dit als een regulier voordeel voor de ondernemer in privé, dat moet worden belast als inkomen uit aanmerkelijk belang.
De rechtbank denkt daar anders over en stelt dat de inspecteur moet bewijzen dat de ondernemer de lening bij aanvang al de intentie had om de lening niet af te lossen. Met alleen het feit dat de schuld bij verkoop door de koper is overgenomen, bewijst nog niet dat de ondernemer de lening niet zou gaan afbetalen. De inspecteur slaagt niet in het bewijs en moet bakzeil halen.

Wilt u meer weten over koop of verkoop van aandelen met mogelijke schuldovername? Bel ons voor het maken van een afspraak.


Ambtenaren waarschuwden bewindslieden voor gevolgen wijzigingen overdrachtsbelasting

(Bron: KNB) Volgens Vastgoedmarkt blijkt uit onderzoek dat ambtenaren van het ministerie van Financiën hun minister en staatssecretaris hebben afgeraden starters vrij te stellen van overdrachtsbelasting. Zij vreesden voor hogere huizenprijzen. Toch voerden minister Wopke Hoekstra en staatssecretaris Hans Vijlbrief de maatregel in. De Tweede Kamer eist opheldering van hen over deze gang van zaken.

De KNB waarschuwde een jaar geleden al dat de differentiatie van de overdrachtsbelasting niet zal leiden tot het beoogde doel: starters een betere toegang geven tot de woningmarkt en particuliere beleggers ontmoedigen woningen te kopen als investering. Door een Wob-verzoek van Vastgoedmarkt is duidelijk geworden dat ambtenaren van het ministerie van Financiën hiervoor ook hebben gewaarschuwd. Volgens het ministerie is het nog te vroeg om op basis van de huidige cijfers uitspraken te doen over het prijseffect van de maatregelen.

Waslijst

Hoekstra en Vijlbrief moeten duidelijkheid bieden over wat hen heeft doen besluiten om de wijzigingen van de overdrachtsbelasting toch door te voeren. Hun ambtenaren kwamen namelijk met een waslijst aan argumenten om het niet te doen: het is niet uitvoerbaar, niet doeltreffend en niet doelmatig. Ookmoeten Hoekstra en Vijlbrief inzicht geven waarom het advies om via een internetconsultatie de effecten voor te leggen aan de marktpartijen in de wind is geslagen.

Weigerachtige erfgenaam kan afwikkeling nalatenschap niet verhinderen

Bij beneficiair aanvaarde erfenissen komt het regelmatig voor dat een van de erfgenamen uiteindelijk geen medewerking verleent aan de vereffening. Na beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap door een of meer erfgenamen moet de erfenis als uitgangspunt worden vereffend. Alle erfgenamen zijn samen vereffenaar. Zij moeten de regels van de lichte vereffening volgen. In de lichte vereffening moeten de erfgenamen-vereffenaars het gewone beheer van de nalatenschap voor hun rekening nemen, zoals het onderhoud en behoud van goederen en het opzeggen van de huur en abonnementen.

Wat nu als een van de erfgenamen-vereffenaars geen medewerking verleent aan de vereffening van de nalatenschap? De overige erfgenamen kunnen dan de kantonrechter verzoeken om – in afwijking van de wet – een van hen of hen allen met uitzondering van de dwarsliggende erfgenaam tot vereffenaar te benoemen, zodat zij de nalatenschap kunnen afwikkelen.

Vereffenaars moeten een boedelbeschrijving moeten opstellen en deze ter inzage leggen bij de boedelnotaris of bij de griffie van de kantonrechter. Als een van hen blijft weigeren deze voor akkoord te tekenen, kan de kantonrechter dus worden ingeschakeld. De kantonrechter zal bij zijn besluit overwegen of met de vereffening het belang van de schuldeisers van de nalatenschap wordt gediend. Als de schuldeisers niet kunnen worden betaald vanwege de weigerachtiger erfgenaam, zal de kantonrechter het verzoek honoreren. De overige erfgenamen kunnen dan tot vereffening overgaan.

Wilt u meer weten over vereffening en het afwikkelen van een nalatenschap? Bel ons voor het maken van een afspraak

Meerderheid Nederlanders onbekend met digitale nalatenschap

(Bron KNB) Nederlanders zijn weinig bezig met hun digitale nalatenschap en hebben dit vaak niet geregeld voor hun overlijden. De term ‘digitale nalatenschap’ is slechts bij 3 op de 10 Nederlanders bekend. Dat blijkt uit een onderzoek van onderzoeksbureau Kantar in opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met het oog op de modernisering van de Wet op de Lijkbezorging.

Kantar beveelt de minister in het onderzoek aan om Nederlanders te stimuleren over hun nalatenschap na te laten denken door dit meer bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld wanneer een testament wordt opgesteld bij de notaris of in gesprek met een uitvaartondernemer.

Privacy

Uit het onderzoek blijkt verder dat de privacy van een overledene minder belangrijk wordt geacht nadat deze is overleden. Meer dan de helft van de ondervraagden vindt dat het mogelijk moet zijn om zonder toestemming toegang te krijgen tot bestanden op de telefoon of computer. Aanbieders van online diensten kunnen daarom overwegen eenvoudiger toegang te verlenen tot gegevens van de overledene aan nabestaanden.

Informeren

De helft van de Nederlanders wordt het liefst via Rijksoverheid.nl geïnformeerd over het regelen van de digitale nalatenschap vóór het overlijden. Na het overlijden ziet 33 procent daar ook een rol voor notarissen in weggelegd. Momenteel heeft 61 procent nog nooit over de eigen digitale nalatenschap nagedacht.

Oplossingen

Een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam biedt het ministerie 3 mogelijke oplossingen voor de rechtsonzekerheid die nu bestaat als het gaat om de digitale nalatenschap. Zo kunnen er binnen het overeenkomstenrecht verschillende zaken worden geregeld die rechtsonzekerheid voor erfgenamen beperken. Een andere oplossing ligt in de lijn van het gegevensbeschermingsrecht. Bepaalde rechten en plichten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kunnen na het overlijden blijven gelden. Dat zou kunnen betekenen dat persoonsgegevens na overlijden bewaard moeten blijven. De derde optie is een zelfstandige wettelijke regeling, zoals die ook bestaat in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Daarbij kunnen mensen iemand aanwijzen die na hun dood toegang moet kunnen krijgen tot hun data bij digitale dienstverleners.

Online oprichting bv belangrijke stap in modernisering ondernemingsrecht

(Bron KNB) De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) vinden online oprichting van bv’s een belangrijke stap in de modernisering van het ondernemingsrecht in Nederland. Dit schrijven de KNB en de GCV in reactie op de consultatie over het voorontwerp online oprichting bv’s.

Door de keuze om de rol van de notaris te handhaven bij de oprichting van een bv en een centraal passeersysteem te introduceren, onderstreept het ministerie van Justitie en Veiligheid het belang van rechtszekerheid, rechtsbescherming en het voorkomen van fraude en criminaliteit. Dat schrijft de KNB in haar reactie (pdf, 207 kB) op de consultatie. Met deze ontwikkeling wordt een eerste concrete stap gezet in de richting van verdere digitalisering van de verschillende typen notariële akten. Daarmee wordt een fundament gelegd voor een modern en duurzaam notariaat.

Juiste keuze

De GCV vindt handhaving van notariële tussenkomst voor de online oprichting van een bv een juiste keuze. De commissie onderschrijft de argumenten (rechtszekerheid, rechtsbescherming van partijen en bestrijding van criminaliteit) die daarvoor worden genoemd in de concepttoelichting. De GCV maakt in haar advies diverse opmerkingen over het voorontwerp. De commissie zou bijvoorbeeld graag zien dat de oprichtingsakte ook in een andere taal dan het Nederlands kan worden gepasseerd.