Eenmalig verhoogde schenking geldt ook bij al betaalde verbouwingskosten

De
fiscus dacht zijn slag te slaan met het argument dat een succesvol beroep op de
vrijstelling alleen mogelijk is voor zover de verbouwingskosten na de
schenkingsdatum zijn betaald. De rechter gaf vervolgens les: voor een succesvol
beroep op deze vrijstelling moet zijn voldaan aan de betalingseis,
bestedingseis en bewijsplicht. In dit geval waren betaling en besteding
overduidelijke handelingen.
Blijft
over de bewijsplicht. Om daaraan te voldoen is het niet per se noodzakelijk dat
de besteding na de schenking wordt gedaan. Immers, de wet bepaalt dat een
schenkingsaanslag wordt berekend over alle schenkingen die in een kalenderjaar
zijn gedaan.

In
dit geval was daarom van belang dat de ontvanger van de schenking de betaling
van de schenking en de betaling van de verbouwingskosten kon aantonen. Wanneer
die in het kalenderjaar hebben plaats gevonden en welke betaling het eerst is
gedaan, is daarbij niet van belang.
Het
geschonken bedrag moet aan het eigen huis zijn besteed in het jaar waarin een
beroep op de schenkingsvrijstelling is gedaan, dan wel in de twee
daaropvolgende kalenderjaren. Dat leidt tot de conclusie dat verbouwingskosten
ook worden kunnen betaald vóórdat een schenking is ontvangen.

Wilt u meer weten over schenkingen in
het algemeen of de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling in het bijzonder?
Bel ons voor het maken van een afspraak.


Partneralimentatie gaat in 2020 veranderen

1.
Dat
geldt onder meer als het huwelijk meer dan vijftien jaar heeft geduurd en als
de ontvangende partner hoogstens tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd. De
alimentatieduur is dan maximaal tien jaar.

2.
Voor
een huwelijk dat meer dan vijftien jaar heeft geduurd, waarbij de ontvanger van
alimentatie op of voor 1 januari 1970 is geboren en minimaal tien jaar jonger
is dan de AOW-leeftijd, geldt een alimentatieplicht van 10 jaar.

3.
Voor
de derde uitzondering blijft de termijn van twaalf jaar gelden, deze geldt als
er sprake is van zorg voor uit het huwelijk geboren kinderen.

Zoals
bij veel wetten is ook hier een overgangsregeling van toepassing. De oude wetgeving
blijft gelden voor bestaande alimentatieafspraken. Er komt ook een hardheidsclausule
voor schrijnende gevallen, waarmee de rechter een verlenging van de
alimentatieduur kan toekennen. Van schrijnende gevallen kan bijvoorbeeld sprake
zijn als er een gehandicapt of ernstig ziek kind is, of als de ontvanger van de
alimentatie langdurig en intensief mantelzorg voor andere familieleden moet
bieden.

De
hardheidsclausule is ook van toepassing in gevallen de alimentatieplichtige aantoonbaar
heeft geweigerd om zorgtaken voor de kinderen over te nemen, of als de
ontvanger van alimentatie voor of tijdens het huwelijk arbeidsongeschikt of
ziek is geworden waardoor hij of zij binnen de geldende alimentatietermijn niet
economisch zelfstandigheid heeft kunnen worden.
Verlenging
van de alimentatieduur op grond van de hardheidsclausule kan bij de rechter
worden aangevraagd.

Wilt
u meer weten over de gevolgen van ontbinding van een huwelijk? Bel ons voor het
maken van een afspraak.


Deelgezag mogelijk voor meeroudergezinnen

Deze kabinetsreactie wijkt af van
het advies van de Staatscommissie Herijking Ouderschap om
onder bepaalde voorwaarden juridisch meerouderschap wettelijk mogelijk te
maken. De commissie had liever gezien er voor alle ouders volwaardig ouderschap
is.

Nieuwe gezinsvormen

Steeds meer kinderen groeien op in
nieuwe gezinsvormen en hebben meer dan twee ouders die voor hen zorgen. Omdat
er tot nu toe maar twee ouders het gezag konden hebben over een kind, was het
voor bijvoorbeeld scholen of huisartsen lastig om te bepalen of een ouder
besluiten mag nemen voor het kind. ‘Dit is niet in het belang van het kind,’
lichtte Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming toe. ‘Daarom gaan we
deelgezag mogelijk maken voor personen die een belangrijke rol spelen in de
verzorging en opvoeding van het kind.’

Erfenis

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft op verzoek van het
ministerie van Justitie en Veiligheid geadviseerd over deze vraagstukken. Zo stelde de KNB dat een kind met meer dan twee ouders zonder wijziging van Boek 4 van al zijn
ouders erfgenaam is, met alle daaraan verbonden gevolgen. Dat past in de visie
van de Staatscommissie op volwaardig ouderschap. Omdat het kabinet nu niet
kiest voor volledig gezag, verandert er nu ook niets in het erfrecht.

Wilt u meer weten over (deel)gezag? Bel ons voor het maken van een afspraak.


Online oprichting bv mogelijk per 1 augustus 2021

Op grond van de richtlijn moeten lidstaten het mogelijk maken dat
bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In
Nederland gaat het in ieder geval om bv’s. Volgens minister Sander Dekker voor
Rechtsbescherming zal bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk
worden aangesloten bij het al bestaande systeem, dus inclusief een rol van de
notaris bij de oprichting van een bv. Dit heeft Dekker onlangs laten weten in
antwoord op Kamervragen. ‘Mede in het kader van de implementatie van de
richtlijn, wordt daarom de mogelijkheid om de digitale oprichting van bv’s in
Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte
uitgewerkt, aldus de minister.

Digitale identificatie en ondertekening

Op grond van de richtlijn moeten bv’s
volledig online kunnen worden opgericht zonder dat de oprichters voor de
notaris moeten verschijnen. Naast een digitale akte zullen daarom ook digitale
identificatie en digitale ondertekening mogelijk moeten worden gemaakt. Daarbij
zijn een betrouwbaar digitaal identificatiemiddel en een betrouwbare digitale
handtekening van groot belang. Mede om digitale oprichting van bv’s mogelijk te
maken, werkt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aan de
ontwikkeling van deze digitale instrumenten onder de (werk)naam NotarisID.

Voorkoming van fraude en misbruik

Digitalisering staat bij de KNB hoog op
de agenda. Om tot (verdere) digitalisering van (registratie)processen en
innovatie in de vastgoed- en vennootschapsketen te komen, pleit de KNB al
langer voor introductie van een digitale notariële akte. Dat wil zeggen: een
akte die in plaats van op papier als digitaal document wordt ondertekend.
Hiermee en met inzet van videoconferentie, digitale identificatie en digitale ondertekening
kan het notariaat goed voldoen aan volledige online oprichting van bv’s, met de
maatschappelijk relevante notariële waarborgen van rechtszekerheid en
rechtsbescherming en voorkoming van fraude en misbruik.

Wilt u meer weten over het oprichten van een bv? Bel ons voor het maken van een afspraak.


Twee naast elkaar gelegen appartementen vormen niet één woning

In een recente uitspraak heeft Gerechtshof Amsterdam in
hoger beroep een uitspraak gedaan in een zaak waarin een eigenaar van twee
naast elkaar gelegen appartementen stelde dat deze als één eigen woning moesten
worden aangemerkt. Er was sprake van een huiseigenaar met een appartement/eigen
woning met daarop een hypotheek. Toen het naastgelegen appartement te koop kwam
is besloten dit er bij te kopen (met een nieuwe hypotheek) om het eigen gezin
in te huisvesten.

Voor beide woningen werd vervolgens hypotheekrente
fiscaal afgetrokken als rente op financiering eigen woning. De fiscus stelde
vervolgens dat de tweede woning niet gold als eigen woning, maar als tweede
woning waarbij de rente over de aankooplening niet aftrekbaar is. Er mag
namelijk maar voor één eigen woning tegelijk rente worden afgetrokken. De
huiseigenaar was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter.

Tot verdriet van de huiseigenaar oordeelde
uiteindelijk het gerechtshof als volgt: “beide appartementen tezamen kwalificeren niet als
één eigen woning. Beide appartementen vormen in bouwtechnisch opzicht en naar
aard en inrichting twee zelfstandige woningen. Van belang hierbij is dat er
geen doorgang is gemaakt tussen de beide appartementen. Eveneens van belang is
dat de hal waar de voordeuren op uitkomen, via de lift en het trappenhuis
toegankelijk is voor derden.”
Aangezien er over
tien jaar rente was afgetrokken die nu door de fiscus wordt teruggevorderd, is
de schade voor deze huiseigenaar aanzienlijk, nog afgezien van alle juridische
kosten.
Dit hele probleem had voorkomen kunnen worden door tijdig informatie
over de mogelijkheden in te winnen
.

Wilt
u meer weten over appartementsrechten en geen fiscale kleerscheuren oplopen? Wij zijn hierin gespecialiseerd. Bel ons voor het
maken van een afspraak.

Huwelijkse voorwaarden ook onder nieuwe recht zinvol

Als
er al een onderneming bestaat vóór het huwelijk, valt deze buiten de nieuwe
beperkte gemeenschap van goederen en blijft dit privévermogen van de
echtgenoot-ondernemer. In de wet is echter bepaald dat de echtgenoot-ondernemer
altijd een redelijke vergoeding voor zijn kennis en arbeid moet betalen aan de
gemeenschap. Het salaris dat de echtgenoot-ondernemer ontvangt uit zijn
onderneming valt op zich altijd in de (beperkte) gemeenschap van goederen, dus
dat kan dan als de vergoeding worden gezien, maar de hoogte van dat salaris zal
hij echter zelf kunnen vaststellen. Wat is dan een redelijk salaris? Daar is
geen algemene regel voor en dat schept onduidelijkheid tussen de echtgenoten.
Door
huwelijkse voorwaarden te maken kunnen de echtgenoten vastleggen wat onder een
redelijke vergoeding wordt verstaan en hoe wordt gehandeld wanneer een
echtgenoot-ondernemer zijn salaris opzettelijk te laag houdt. Dat zijn dan duidelijk
afspraken tijdens het huwelijk maar ook wanneer het huwelijk door echtscheiding
eindigt.

Daarnaast is het nu ook nog zo dat de redelijke vergoeding geldt voor huwelijken
die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van het nieuwe huwelijksvermogensrecht.
Het gaat dan om ondernemingen die niet in de gemeenschap van goederen vallen,
die is er dan niet door de huwelijkse voorwaarden, maar deze echtgenoten hebben
wel een gemeenschap van goederen. Reden om ook die huwelijkse voorwaarden aan
te passen.

In
wetsvoorstel
“tegengaan huwelijkse gevangenschap
” is overigens voorgesteld om deze
regeling uit te sluiten voor huwelijken aangegaan voor 1 januari 2018. Maar tot
die tijd kunnen huwelijkse voorwaarden in dit kader ook van belang zijn.

Een
andere reden om huwelijkse voorwaarden te maken is als de onderneming wordt
gedreven in de vorm van een BV. Als deze onderneming al bestond vóór het
huwelijk, vallen de aandelen in de BV buiten de nieuwe beperkte gemeenschap van
goederen. Echter, nieuwe aandelen die tijdens het huwelijk worden uitgegeven
vallen wel in de beperkte gemeenschap. Het gevolg daarvan is dat een deel van
de aandelen privévermogen is en een deel gemeenschappelijk vermogen. Dividenduitkeringen
zijn dan ook deels privé en deels gemeenschappelijk. De aandelen van een B.V.
die ná het huwelijk wordt opgericht worden ook gemeenschappelijk vermogen.

Er
is nog een belangrijke reden om huwelijkse voorwaarden te maken, namelijk de bescherming
van het vermogen van de ene echtgenoot tegen schulden van de onderneming van de
andere echtgenoot-ondernemer en tegen de gevolgen van een faillissement van de echtgenoot-ondernemer.
Een
faillissement kan overigens de huwelijkse voorwaarden wel doorkruisen, maar sinds 1 januari 2018 is de bewijslast om privégoederen van de
niet-failliete echtgenoot buiten faillissement te houden, minder zwaar.
De
echtgenoot van de failliete echtgenoot-ondernemer kan alle goederen die hem
toebehoren en niet in de huwelijksgemeenschap vallen, terugnemen. De strenge
bewijsregels uit de Faillissementswet zijn namelijk vervallen. De niet-failliete
echtgenoot die het terugneemrecht wil inroepen draagt wel nog steeds de
bewijslast, maar kan nu op en eenvoudiger manier bewijs leveren.

Voor
faillissementen die vóór 1 januari 2018 zijn uitgesproken, gelden voor het
terugneemrecht ten aanzien van specifieke goederen echter (nog steeds) strenge
bewijsregels. Aangetoond moet worden dat de goederen voor meer dan de helft met
het privévermogen zijn gefinancierd. Hierbij is het moment van verkrijgen van
de goederen bepalend.

Laat u als ondernemer goed voorlichten over de
gevolgen van het wel of niet maken van huwelijkse voorwaarden. Ook kan het geen kwaad om
in het verleden reeds gemaakte huwelijkse voorwaarden nog eens te laten
bekijken. Wilt u meer informatie, neem dan contact op met ons kantoor, wij
helpen u graag verder!

Ruisende inbreng wordt afgerekend voor de inkomstenbelasting

In een aantal gevallen kan de ondernemer kiezen om ten
laste van de stakingswinst een lijfrente te bedingen bij de besloten
vennootschap, grote voordeel daarvan is onder andere het liquiditeitsvoordeel.
De stakingswinstlijfrente moet binnen zes maanden na
afloop van het kalenderjaar waarin de onderneming is gestaakt worden bedongen.

Als de ondernemer daarom verzoekt, kan onder bepaalde
voorwaarden gebruik gemaakt worden van geruisloze omzetting. De enkelvoudige
inkomstenbelastingclaim over de reserves van de besloten vennootschap wordt dan
omgezet in een gecombineerde inkomsten- en vennootschapsbelastingclaim. De
besloten vennootschap neemt de boekwaarden over van de eenmanszaak of personenvennootschap.
Een van de voorwaarden is dan dat de ondernemer in het kapitaal van de besloten
vennootschap geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd is als
in het vermogen van de ingebrachte onderneming. Iedere maat of vennoot kan
afzonderlijk voor een ruisende of geruisloze omzetting kiezen. Ook kan een
onderneming soms in een bestaande besloten vennootschap geruisloos worden
ingebracht.

De geruisloze omzetting geldt niet ook automatisch
voor de oudedagsreserve. Wel kan daarvoor een lijfrente worden bedongen zodat
belastinguitstel mogelijk is. De lijfrente wordt bedongen ten laste van de
besloten vennootschap.
Als drie jaar na de geruisloze inbreng de aandelen in
de besloten vennootschap alsnog worden
vervreemd (verkocht) dan wordt die inbreng geacht onderdeel uit te maken van
een geheel van rechtshandelingen gericht op de overdracht van de onderneming en
wordt er alsnog afgerekend.
Aan een geruisloze omzetting kan maximaal negen
maanden terugwerkende kracht worden verleend.

Wilt u meer weten of ruisende of geruisloze inbreng?
Bel ons voor het maken van een afspraak.


Grenzen aan aftrekbaarheid rente eigen woning

Als er geen sprake is van een schenking, dan zullen de
ouders aan het kind rente in rekening moeten brengen. Uiteraard moet de
leningovereenkomst schriftelijk vastgelegd worden en is het verstandig om het
kind hypothecaire zekerheid te laten stellen. Als de rente bij het kind fiscaal
aftrekbaar is lijkt het interessant om als ouders een zo hoog mogelijke rente
te rekenen. Vervolgens trekt het kind de rente af van de belasting en schenken
de ouders een deel van de ontvangen rente weer terug aan het kind. Hierdoor
ontstaat feitelijk een deels door de fiscus gefinancierde schenking. Om
begrijpelijke redenen vind de fiscus dit niet leuk en stelt grenzen aan de
hoogte van de door het kind te betalen rente.

Recent heeft de rechter zich gebogen over een zaak
waarin het kind 9% rente betaalde over de door ouders verstrekte, ongedekte
eigen woningfinanciering. In geschil is of de betaalde en overeengekomen rente
van 9% volledig aftrekbaar is als rente van schulden behorend tot de
eigenwoningschuld.
Volgens de belastinginspecteur was bij het sluiten van
de overeenkomst een geldlening met
hypothecaire zekerheid en een rentevaste periode van 15 jaar
een rente van 3% gebruikelijk. De rechtbank volgt de inspecteur daarin. Het
ontbreken van zekerheid rechtvaardigt volgens de rechter zonder meer een hoger
rentepercentage dan 3 (in dit geval 4,5%), maar een rentepercentage van 9 werd
door de rechter te hoog en onzakelijk geacht.

Verder speelde hier dat de zoon geen zekerheid wilde
verlenen om vermogen vrij te houden om te kunnen beleggen en dat de ouders, met
het oog op meer inkomen na pensionering, de voorkeur gaven aan een hoge
rentevoet in plaats van zekerheidstelling. Volgens de rechter is er dan ook
sprake van een ‘familielening’ in plaats van een eigenwoninglening.

Tegen het oordeel van de rechter is door de familie hoger
beroep ingesteld waarvan de uitspraak nog niet bekend is. U begrijpt dat
niemand zit te wachten op het voeren van procedures tegen de Belastingdienst. Loopt
u met het idee rond om uw kind te helpen met een lening voor aankoop van een
woning, maak dan vooraf een afspraak met ons kantoor. Wij zijn op de hoogte met
alle (fiscale) regels rond de eigen woning en kunnen u optimaal adviseren en de
nodige documenten voor u opstellen.

Flexibel testament beste manier om erfbelasting te besparen

Het
radartestament hield een tweetrapsmaking in. Het werd vooral gemaakt om te
zorgen dat de langstlevende echtgenoot/partner geen erfbelasting hoeft te
betalen. In het radartestament worden de kinderen bij het eerste overlijden van
een ouder min of meer onterfd ten gunste van de langstlevende. Die hoeft dan
geen erfbelasting te betalen als hij/zij minder erft dan de partnervrijstelling
(in 2019 een bedrag van € 650.913).

Uitgaande
van een echtpaar of stel met kinderen, dan werkt het radartestament juridisch
als volgt: u benoemt in uw testament uw echtgenoot/partner tot uw enige
erfgenaam, onder de voorwaarde dat wat er bij diens overlijden resteert van uw
nalatenschap, toevalt aan uw kinderen. De langstlevende is dus voorwaardelijk
erfgenaam. Dat noemen we “de bezwaarde” en de kinderen zijn “de verwachters”.
Anders
dan bij de wettelijke verdeling blijft de langstlevende dus niet de erfdelen
van de kinderen aan hun schuldig. Dat heeft als voordeel dat de langstlevende
geen erfbelasting over de vorderingen van de kinderen hoeft te betalen.

Echter,
voor de erfbelasting is een tweetrapsconstructie niet per definitie voordeliger
dan de wettelijke verdeling. Bovendien gelden bepaalde “spelregels”, die door
de langstlevende als nadeel kunnen worden ervaren.
Zo
wordt de aan de tweetrapsmaking verbonden administratieplicht door de
langstlevende vaak als onprettig ervaren. De langstlevende moet namelijk het
geërfde vermogen apart van het eigen vermogen administreren en moet ook jaarlijks
een opgave van het (resterende) geërfde vermogen aan de verwachters (kinderen)
verstrekken. Dit wordt vaak ervaren als een plicht tot het afleggen van
verantwoording. In de praktijk wordt de administratieplicht vaak niet
nagekomen, waardoor er bij overlijden van de langstlevende onduidelijkheid
ontstaat op welk deel van de nalatenschap de tweetrapsmaking nog van toepassing
was.

Als
de langstlevende wordt opgenomen in een zorginstelling en deze een eigen
bijdrage moet gaan betalen, kan een tweetrapstestament ook nadelig uitpakken.
Het hele vermogen is immers van de langstlevende en er zijn geen schulden aan
de kinderen, zoals bij de wettelijke verdeling. Hierdoor heeft de langstlevende
veel vermogen en moet dus relatief veel eigen bijdrage betalen, meer dan bij de
wettelijke verdeling.
Het
voorgaande wil niet zeggen dat aan tweetrapsmakingen alleen maar nadelen
kleven. Dat hangt er vanaf welk doel ermee beoogd wordt, op welke manier een
tweetrapsmaking in het testament wordt verwerkt en wat de voorwaarden zijn. Een
tweetrapsmaking kan bijvoorbeeld ook gecombineerd worden met een wettelijke verdeling.

De
beste manier om later erfbelasting te kunnen besparen is te zorgen dat het
testament flexibel is. Hiermee wordt bedoeld dat de te betalen erfbelasting kan
worden verminderd doordat de langstlevende gebruik maakt van opties die in het
testament staan. Het kiezen hoe de nalatenschap afgewikkeld wordt, wordt verplaatst
van het moment van het maken van het testament, naar de periode na het
overlijden van de eerste van u beiden. Zo kan de langstlevende bekijken wat met
inachtneming van de omvang van het dan aanwezige vermogen en de dan geldende
wetgeving het meest gunstige is.

Wilt
u weten of een flexibel(er) testament voor u interessant is of wilt u uw
bestaande testament laten checken? Bel ons voor het maken van een afspraak.


Minder huwelijken, meer huwelijkse voorwaarden


Het aantal huwelijken en geregistreerd partnerschappen is juist afgenomen als je het eerste kwartaal van 2019 vergelijkt met dat van 2018. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).


Nieuwe wet beperkte gemeenschap van goederen

In 2018 daalde het aantal huwelijkse voorwaarden nog. In heel 2018 zijn 4.774 minder huwelijkse voorwaarden gemaakt dan in 2017: een daling van bijna 30%. De daling van het aantal huwelijkse voorwaarden leek een gevolg van de nieuwe wet beperkte gemeenschap van goederen die 1 januari is ingegaan. Toekomstige echtgenoten weten de gang naar de notaris nu weer beter te vinden. De Nederlandse vereniging voor burgerzaken (NVvB) doet vanwege deze cijfers nader onderzoek naar deze trend. De vereniging vraagt medewerkers van burgerzaken wat hun ervaring is en hoe de voorlichting hierover is.


Werking na overlijden

Ook cijfers van het Centraal Testamentenregister laten een stijging zien. Hierin worden huwelijkse voorwaarden ingeschreven waarin een beschikking des doods is opgenomen. Dat zijn bepalingen die pas gelden als één van de echtgenoten overlijdt. Het aantal steeg van 557 in 2018 naar 669 in 2019, een stijging van 17%.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden en voordelen van huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.