Alimentatieplicht bij voorbaat uitsluiten is mogelijk niet altijd nietig

Samenwoners

Ongehuwde samenwonende partners die uit elkaar gaan hebben geen alimentatieverplichting. U kunt echter afspreken dat u wel een alimentatieverplichting wilt aangaan in bijvoorbeeld een samenlevingscontract. Als u dat niet heeft afgesproken in een samenlevingscontract maar later wel duidelijk is dat u uit elkaar gaat kunt u dit ook dan nog nader afspreken. Moreel gezien kan de partner met het hoogste inkomen zich immers verplicht voelen om de aanstaande ex-partner, die bijvoorbeeld geen of weinig inkomen heeft en voor de kinderen heeft gezorgd, financieel te steunen. Een dergelijke afspraak moet schriftelijk worden vastgelegd zodat dit geldt als onderling bewijs en ook door de belastingdienst wordt erkend. De alimentatieverplichting duurt zolang als afgesproken.

Geregistreerd partnerschap en huwelijk

Zowel na de ontbinding van een geregistreerd partnerschap als een huwelijk is wettelijk gezien partneralimentatie verplicht wanneer de ene partner een bijdrage in het levensonderhoud nodig heeft (behoefte) en de ander voldoende financiële ruimte heeft om deze bijdrage te betalen (draagkracht). De hoogte van de alimentatie wordt per geval bepaald en daar gelden richtlijnen voor.

De duur van de partneralimentatie is gelijk aan de helft van de duur van het geregistreerd partnerschap of het huwelijk met een maximum van vijf jaar. Er zijn enkele uitzonderingen op deze hoofdregel, onder meer geldt dat als kinderen jonger zijn dan twaalf jaar de partneralimentatieverplichting eerst eindigt als het jongste kind de twaalfjarige leeftijd bereikt.

Nihilbeding bij huwelijk of geregistreerd partnerschap en de rechtspraak

Hoe zit dat nu met afspraken tussen echtgenoten of geregistreerd partners als men geen alimentatieverplichtingen wil hebben? Kunnen echtgenoten of geregistreerde partners het recht op partneralimentatie alvast op voorhand in de huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden al uitsluiten? Dit wordt ook wel een nihilbeding genoemd.

Over deze vraag is al regelmatig geprocedeerd en in een recente rechtszaak zou het volgens de advocaat-generaal van de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege) in zijn advies aan de Hoge Raad moeten kunnen. Deze adviseur heeft zelfs zelf cassatie ingesteld in het belang der wet.

De beslissing van de Hoge Raad zal overigens nog wel moeten worden uitgesproken in november 2022 en er zal dus afgewacht moeten worden of de rechter het advies gaat volgen.

Deze rechtszaak ging over de volgende situatie. De aanstaande echtgenoten hadden vóór het sluiten van het huwelijk een nihilbeding laten opnemen in hun huwelijkse voorwaarden. De Rechtbank en het Hof hadden beiden geoordeeld dat een vóór het huwelijk gesloten alimentatieovereenkomst niet valt binnen de wettelijke grenzen die zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en zo’n afspraak nietig is.

Het Hof verwijst daartoe onder meer naar een tweetal eerdere uitspraken van de Hoge Raad uit 1979 en 1980 en ook de Raad van State stelt dat naar huidig recht een voorhuwelijks nihilbeding nietig is.

Maar soms is een beroep op het (nietige) nihilbeding soms toch wel toegestaan door de rechter omdat – onder omstandigheden – sprake was van strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Ook zijn in de wettekst (en parlementaire geschiedenis) wel aanknopingspunten te vinden dat een nihilbeding in de voorhuwelijkse voorwaarden geldig is.

De advocaat-generaal is nu dus van mening dat het nihilbeding waarbij wordt afgezien van partneralimentatie toch wel zou moeten kunnen omdat dit soort afspraken vallen onder de contractsvrijheid tussen echtgenoten. Onder omstandigheden kunnen echtgenoten de rechter immers – op grond van de wet – vragen het nihilbeding te wijzigen of terzijde te stellen. Ook kan een beroep worden gedaan op de redelijkheid en billijkheid of op onvoorziene omstandigheden.

De Advocaat Generaal vraagt daarmee aan de Hoge Raad om terug te komen op haar eerdere uitspraken.

Afspraken op papier zetten

Overigens lijkt het de Advocaat-generaal verstandig dat een nihilbeding bij notariële akte wordt overeengekomen. De notaris heeft immers een zorg- en informatieplicht naar de personen die een dergelijke afspraak willen maken.