Repeterende schenkingen niet meteen bij aanvang belast

Schenkingen van ouders aan kinderen zijn aan de orde van de dag. Soms met grote bedragen, soms maximaal het jaarlijks vrijgestelde bedrag. Soms maken ouders andere keuzes. Zoals een situatie waarin vijf schenkingsakten aan een kind op dezelfde dag bij de notaris werden gepasseerd. In de tweede tot en met de vijfde akte was echter een opschortende bepaling opgenomen dat de langstlevende van de ouders nog in leven zou zijn op de eerste dag van de na passeren opeenvolgende jaren.

De fiscus voegde voor het gemak de schenkbelasting van alle vijf schenkingen samen en belastte deze in het jaar waarin de eerste schenking werd gedaan. Onterecht, zo bleek. Zowel de rechtbank als het Hof als de Hoge Raad spraken uit dat de schenkingen als zodanig geen periodieke uitkering vormen. Immers, vier van de vijf schenkingen bevatten een opschortende voorwaarde. Dat leidt er toe dat de schenkingen in vijf verschillende kalenderjaren tot stand zijn gekomen.

De wetgever wil voor schenkingen onder opschortende voorwaarde in fiscale zin juist heel bewust afwijken van het moment van totstandkoming van de akten. Het feit dat in dit geval sprake is van een voortdurende of op vastgestelde tijdstippen terugkerende prestatie en geen betaling in termijnen doet niet er zake. De Hoge Raad gaat ook niet mee in de opvatting dat het feit dat er vijf afzonderlijke akten zijn niet maakt dat sprake is van meerdere overeenkomsten, evenmin in de opvatting van de fiscus dat de opschortende voorwaarde van het in leven zijn van de langstlevende ouder feitelijk een ontbindende voorwaarde is.

Wilt u meer weten over het doen van schenkingen en hoe u maximaal gebruik kunt maken van vrijstellingen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Geef een reactie